Wereldbeeld en complexiteit. Deel I
Civis Mundi Digitaal #173
door Mathieu Wagemans www.ontganiseren.nl
Inleiding
Velen zullen het een overbodige en lastige vraag vinden: wat beschouwen we als werkelijkheid? Die kunnen we toch waarnemen, zo kan men redeneren. Daar kan bijgevolg toch geen misverstand over bestaan, zo is de gedachte. Maar in filosofische kring ligt dat anders. Daar is de vraag wat we onder de werkelijkheid verstaan geproblematiseerd. Niets is wat het lijkt te zijn. Die benadering is onder meer doordacht en uitgewerkt in het sociaal constructivisme. We vormen ons meestal in interactie met anderen, beelden van de werkelijkheid. Die beelden houden we in de praktijk doorgaans voor werkelijk. Het onderscheid tussen beeld en werkelijkheid valt dan weg. We zijn er ons niet meer van bewust.
Het sociaal constructivisme is in het bijzonder in het tweede deel van de voorbije eeuw verdiept en verbreed en heeft brede aanhang gekregen. Maar reeds Kant heeft er een belangrijke grondslag voor gelegd. Hij stelde dat we niet kunnen doordringen tot de werkelijkheid, maar dat we de werkelijkheid ordenen via de categorieën van het verstand. We vormen ons een beeld van de werkelijkheid, waarbij rationele begrippen en afwegingen dominant zijn.
Processen van betekenisgeving
Intussen is de overtuiging gegroeid dat het niet enkel rationele factoren zijn, die van invloed zijn op de vraag op welke wijze we de werkelijkheid verbeelden. Het ligt heel wat ingewikkelder. Het is van belang dat we ons verdiepen in die processen. Immers, als we de werkelijkheid niet kunnen benaderen en begrijpen, is het belangrijk dat we zicht krijgen op en inzicht in de processen waarlangs we constructies van de werkelijkheid maken. Welke invloeden en krachten spelen daarbij een rol? Hoe verlopen die constructieprocessen?
En logisch doordenkend komen we dan terecht bij vragen hoe we betekenis geven, bij onszelf dus. Afbeeldingen zijn het resultaat van betekenisgeving en hebben dus een subjectief karakter. Welke invloeden c.q. krachten hebben daarbij een rol gespeeld op de processen van betekening die tot de afbeelding hebben geleid? Hoe zijn die processen verlopen? Desmet heeft in een uitvoerige studie die processen verdiepend beschreven vanuit het perspectief van de psychologie. Hoe kan totalitarisme ontstaan in een samenleving? (Desmet, 2022)
En vooral is belangrijk dat we ons bewust worden van de krachten die kunnen leiden tot inperking van ons waarnemend vermogen. De wereld verschijnt aan ons, afhankelijk van de betekenis die we eraan geven. Wat zijn de uitgangspunten, aannames en vanzelfsprekendheden, die invloed hebben gehad en ertoe hebben geleid dat we ons slechts een ingeperkt beeld van de werkelijkheid vormen? De vraag hoe de werkelijkheid eruitziet, wordt vervangen door inzicht in hoe we betekenis geven aan de werkelijkheid, aan onszelf en aan onszelf in relatie tot de werkelijkheid. Het komt erop neer dat we niet de werkelijkheid moeten onderzoeken maar de wijze waarop we ons afbeeldingen van de werkelijkheid vormen.
Meervoudigheid en eenvoudigheid
De werkelijkheid kan op heel veel zeer uiteenlopende wijzen worden betekend. Dat maakt het lastig tot juiste afbeeldingen te komen. Bovendien, wat zijn de criteria aan de hand waarvan we de kwaliteit van een afbeelding kunnen vaststellen? Correctheid in de zin van juistheid van een afbeelding kan ons niet helpen, Immers, zowel de afbeelding als de criteria voor beoordeling ervan moeten worden opgevat als constructies. Ook de werkelijkheid zelf kan niet dienen. Immers, vanuit het perspectief van het constructivisme kunnen we er niet toe doordringen. Het komt erop neer dat we onze afbeelding van de werkelijkheid niet toetsen aan de werkelijkheid, maar aan een door ons geconstrueerde afbeelding van de werkelijkheid. Die benadering kan zo gemakkelijk leiden tot zelfbevestiging: onze afbeelding bevestigt zichzelf. We toetsen de afbeelding aan een overeenkomstige afbeelding van de werkelijkheid.
Tegelijkertijd is het, veelal impliciete, uitgangspunt van een meervoudige werkelijkheid, dat we in staat zijn een werkelijkheid te overzien, ook al kan die op oneindig veel manieren worden afgebeeld. Laat staan dat we over onoverzienbaar veel criteria beschikken om die afbeeldingen tegen elkaar af te wegen. Het verstand is daartoe te beperkt. Zie het begrip “bounded rationality”, zoals oorspronkelijk door Herbert A. Simon uitgewerkt. (Simon e.a., 2008)
Daaruit vloeit de vraag voort hoe wij in de praktijk omgaan ons fundamenteel onvermogen. Immers, uiteindelijk moeten we handelen. Voortdurend moeten we keuzes maken. Het gaat de menselijke geest te boven, zelfs als we dat zouden wensen, om voortdurend perfect met ondoorgrondelijke complexiteit om te gaan. We maken daarom gebruik van routines zoals die zowel in interacties met anderen als met onszelf gaandeweg zijn ontstaan. Het komt erop neer dat we de meervoudige werkelijkheid reduceren tot een afbeelding die ons in staat stelt tot handelen. We reduceren het meervoudige tot het eenvoudige, meervoud tot eenvoud.
In het komend artikel over overheidsbeleid zullen we uitwerken hoe ook de overheid zich een beeld vormt van de maatschappelijke werkelijkheid, dat weliswaar beperkt en gebrekkig is maar dat wel in staat stelt illusies van volkomen perfectie in stand te houden. We maken de maatschappelijke werkelijkheid onderdanig aan onze eigen beperkingen.
Chaos en orde
Uit het verlangen naar kennis en inzicht vloeit de wens voort ons een ordelijke voorstelling te maken van de werkelijkheid. Het leidt tot een wereldbeeld waarin constructies van de werkelijkheid door elkaar schieten. Nu eens gaan die afbeeldingen verbindingen aan met andere afbeeldingen, dan weer is er sprake van ontbinding. Het is bovendien een energetisch beeld. (Wagemans, 2019)
Constructies kunnen zoveel betekenis krijgen dat ze de status van vanzelfsprekendheid krijgen of, nog een stap verder, waarheid worden, ook al is het een geconstrueerde waarheid. Constructies kunnen, omgekeerd, ook aan betekenis verliezen en een relict worden in de geschiedenis. Of we houden constructies in stand, ook al zijn we ons ervan bewust dat ze geen inhoudelijke betekenis meer hebben. Neem als voorbeeld mythes en schijnwaarheden. Ze kunnen functioneel zijn omdat ze ons in staat stellen illusies overeind te houden. De overheid, rechtspraak en wetenschap grossieren erin zoals we zullen illustreren.
Een dergelijk wereldbeeld zullen we doorgaans beleven als chaotisch. Ons denkvermogen is gebrekkig en stelt niet in staat een dergelijke werkelijkheid te omvatten. Daar vloeit het verlangen uit voort tot ordening. Ordening houdt het onderscheid in tussen wat tot de ordening behoort en wat erbuiten valt en dus betekenisloos blijft. Ordening werkt buitensluitend. Het buitengeslotene kan niet worden betekend binnen het perspectief dat de basis vormt voor de ordening.
Ordening houdt dus “per definitie” in dat we tegelijkertijd chaos construeren. Die chaos omvat al datgene wat niet binnen het door ons gekozen perspectief valt. De paradox is dat ordenen zo de bron is van chaos. En, nog een stap verder, dat chaos de kan worden opgevat als de bestaansbasis voor een ordening. We kunnen, logisch doorredenerend, stellen dat als chaos de ordening mogelijk maakt, we de ordening niet kunnen begrijpen zonder aandacht te besteden aan het buitengeslotene, aan de chaos. En dat de chaos kan worden opgevat als het wezenskenmerk van een ordening. Zonder chaos geen ordening.
Dat leidt ertoe dat we, om de ordening te kunnen begrijpen, we dus de chaos moeten onderzoeken. Wat hebben we buitengesloten en welke krachten zijn op dat buitensluitend proces van invloed geweest? In de beide volgende artikelen over overheidsbeleid en wetenschap zullen we die benadering verder uitwerken.
Objectiviteit en subjectiviteit
Naast het onderscheid tussen meervoudig en eenvoudig is het onderscheid relevant tussen objectief en subjectief. Allereerst moeten we de pretentie van objectieve kennis overboord zetten. Wanneer we slechts in staat zijn ons voorstellingen van de werkelijkheid te maken, houdt dat in dat ieder afbeelding van de werkelijkheid per definitie subjectief is. Dat besef is treffend beschreven door Nicolescu. Hij stelt dat we om tot objectiviteit te komen, we eerst subjectiviteit moeten doden. (Nicolescu, 2010)
Vanuit een constructivistisch perspectief zijn we daartoe echter niet in staat.
Wanneer we de relatie leggen tussen het constructivisme en wereldbeeld, dan is allereerst aan de orde dat het beeld dat we hebben van de werkelijkheid eveneens een constructie is. Zoals Chatelion Counet heeft uitgewerkt, benaderen we de werkelijkheid met begrippen. Echter, die begrippen kunnen worden opgevat als hulpmiddelen bij het vormen van een wereldbeeld. (Chatelion Counet, 2024)
De werkelijkheid zelf kent geen begrippen als graden Celsius, kilometers, of minuten. Of, zoals de titel van een boek luidt van Willem Schoonen, Een klok weet niet hoe laat het is”. (Schoonen, 2018) Een klok is ook niet geïnteresseerd in de vraag hoe laat het is. Het is de verzameling van eigen begrippen die de basis vormen voor ons eigen wereldbeeld. Dat geldt evenzeer voor de processen die in de werkelijkheid plaatsvinden. Causale verbanden zijn eveneens constructies en hebben dus “per definitie” een veronderstellend karakter.
Institutionalisering
Wanneer we vanuit een constructivistisch perspectief overzienbaar veel beelden van de werkelijkheid kunnen vormen, is een belangrijke vraag hoe het ene beeld dominant kan worden en andere beelden geen of nauwelijks steun ondervinden en in de vergetelheid terecht komen. Hoewel daar allerlei factoren van uiteenlopende aard kunnen meespelen, is een belangrijke vraag of een bepaald wereldbeeld geïnstitutionaliseerd wordt. Institutionalisering kan formeel plaatsvinden doordat een afbeelding bijvoorbeeld in wetsartikelen wordt vastgelegd en dus verplichtende betekenis krijgt. Maar er kan ook sprake zijn van informele institutionalisering, bijvoorbeeld omdat een wereldbeeld als vanzelfsprekende wordt beschouwd en zich dus aan kritische ondervraging onttrekt.
Dat laatste is belangrijk. Handelen binnen een (bewust of onbewust) breed geaccepteerd en institutioneel verankerd wereldbeeld is als vanzelf geaccepteerd. Het handelen hoeft niet langer gelegitimeerd te worden, want het is reeds gelegitimeerd. Arendt heeft die werking uitgewerkt en heeft gedemonstreerd hoe een geldend wereldbeeld verwerpelijk handelen mogelijk maakt. Door je op de regels te beroepen, is gedrag aanvaard. (Arendt, 1958)
Desmet belicht de processen en krachten die uiteindelijk tot een totalitair wereldbeeld kunnen leiden dat geen ruimte meer laat voor afwijkende beelden (Desmet, 2022). Zie ook Kolakowski die op basis van een kritische analyse van het marxisme concludeert hoe ween sociaal maatschappijontwerp kan uitmonden in een totalitair regime. (Kolakowski, 1984)
Metafysica
Het vertrekpunt dat we niet kunnen doordringen tot de werkelijkheid zoals die “is” en we ons slechts afbeeldingen kunnen vormen van de werkelijkheid, heeft als gevolg dat iedere afbeelding veronderstellend is en voorts dat iedere afbeelding ertoe leidt dat er een restpost is. Afbeeldingen zijn altijd gebrekkig omdat ze de werkelijkheid in volle breedte en diepte niet kunnen omvatten.
Zo staat in het denken van Heidegger centraal, dat we vanuit het perspectief van kenbaarheid, meetbaarheid, nuttigheid en ordelijkheid een wereldbeeld vormen dat de werkelijkheid reduceert en dus onvolledig is. Het onderscheid tussen Zijn en zijnden vloeit eruit voort. Zie ook Van der Wal die stelt dat het geldende wereldbeeld mechanistisch en antropocentrisch is. (Van der Wal, 1996) Vergelijk ook Dijksterhuis die onder meer de rationalisering en verzakelijking als bronnen noemt, waardoor ons wereldbeeld buitensluitende werking heeft gekregen. (Dijksterhuis, 1950)
We zouden die werkelijkheid die niet benaderbaar en dus niet kenbaar is, metafysisch kunnen noemen. Die werkelijkheid kan worden opgevat als het domein van de metafysica. Die werkelijkheid bestaat, maar kent een dimensie die onbereikbaar is. Het vraagt van ons dat we de pretentie van onderzoeken en kennen moeten loslaten. Tegelijkertijd kunnen we het bestaan van die onbereikbare werkelijkheid niet ontkennen. We kunnen ons niet op het standpunt stellen dat wat we niet kunnen kennen, ook niet bestaat. We moeten leven met het ongemak van onvermogen. Dat perspectief, omgaan met wat we niet kunnen begrijpen, wat we niet kunnen betekenen en wat we dus niet kunnen beïnvloeden, ervaren we als existentieel ongemakkelijk. Het staat haaks op ons verlangen tot kennen en beheersen.
Elders heb ik beschreven hoe de Pools-Britse filosoof Kolakowski juist het omgaan met dat onvermogen als het wezen van ons menszijn beschouwt. (Wagemans, 2026) Hij beschrijft hoe dat onvermogen ons in verwarring kan brengen. (Kolakowski, 2001) Het kan ertoe leiden dat we dat ongemak uit de weg gaan. De neiging kan bestaan vragen die niet kunnen worden beantwoord, simpelweg niet meer te stellen. Ze bestaan niet en we hoeven er ons dus niet meer mee te vermoeien. Het is een houding die gemakkelijk kan voortvloeien uit het betekeniskader van de moderniteit. Wat we niet kunnen weten, bestaat niet. We vormen ons een wereldbeeld dat overzichtelijk en geordend is. Maar daarmee doen we geen recht aan de werkelijkheid. We sluiten werkelijkheid buiten. Je zou kunnen zeggen dat de metafysica zich niet zozeer moet bezighouden met de werkelijkheid die we niet kunnen kennen maar juist dat onvermogen moet thematiseren: hoe kunnen we leven in een werkelijkheid die we niet kunnen kennen maar waar we wel onderdeel van zijn?
Subjectiviteit als invalshoek
De vraag blijft hoe om te gaan met het fundamentele onvermogen door te dringen tot de werkelijkheid. We kunnen ons daarbij concentreren op de werkelijkheid, maar vanwege het subjectieve karakter van de afbeeldingen die we ons vormen, kunnen we ook bij onszelf te rade gaan.
Wat volgt is een verwijzing naar het gedachtegoed van enkele filosofen die ons op nieuwe en andere gedachten kunnen brengen. De pretentie is niet om iets toe te voegen, maar eerder om vanuit de perspectieven die zij construeerden de blik te richten op problemen waar overheid en wetenschap thans mee worden geconfronteerd. Uitgangspunt daarbij is, geheel in overeenstemming met het constructivisme, dat de werkelijkheid aan ons verschijnt afhankelijk van de bril die we opzetten. De gedachten die worden gepresenteerd nodigen uit de werkelijkheid op een andere wijze te beschouwen. Door er een ander licht op te werpen kunnen we tot nieuwe inzichten komen. Mogelijk zijn die opstap, al of niet vrij interpreterend, om tot nieuwe oplossingsrichtingen te komen of tot inzichten waarom thans gebruikelijke oplossingen niet het gewenste effect hebben.
Morin
De Franse filosoof Edgar Morin heeft naam gemaakt door vernieuwend te denken over complexiteit. Hij neemt afstand van het disciplinair, lineair en causaal denken. Ons verlangen naar ordelijkheid is er de oorzaak van dat we ordelijke beelden van de werkelijkheid vormen en daardoor geen oog hebben voor het wanordelijke. De werkelijkheid is complexer en laat zich niet in lineaire denkpatronen stoppen. Dan vereenvoudigen we de werkelijkheid en tonen we geen respect voor hoe de werkelijkheid functioneert.
We hebben de neiging de werkelijkheid te vereenvoudigen zodat die kenbaar en voorstelbaar wordt. De wereldgeschiedenis toont echter, dat we voortduren te maken krijgen met gebeurtenissen zoals rampen en oorlogen die we niet konden voorspellen. Ze overvallen ons. Onze ordelijke afbeeldingen van de werkelijkheid worden tekens verstoord. Die onverwachte verstoringen kunnen we opvatten als de prijs die we betalen voor ons verlangen naar ordelijkheid. Het zijn waarschuwingen.
Morin stelt verder dat bij evaluatie van hoe die gebeurtenissen we onze gebreken herhalen. We denken en schrijven vanuit een betekeniskader dat gold ten tijde van het evalueren. Ex post zoeken we naar oorzaken en lineaire verbanden waar we vervolgens verklarende waarde aan toekennen. Wij houden vast aan de mythe van kenbaarheid en oorzakelijkheid.
Serres
In gelijke zin roept Michel Serres het beeld op van onze systemen als eilanden in de oceaan. Op de eilanden is de werkelijkheid keurig geordend met regels, instituten en procedures. Maar het echte leven, zo stelt Serres, vindt plaats op de oceaan. We moeten expedities ondernemen op de oceaan om de maatschappelijke werkelijkheid proberen te leren kenen en begrijpen. Zie de spanning tussen hoe burgers de werkelijkheid beleven en het formele betekeniskader van de overheid. Die spanning kan worden beschouwd als een belangrijke bron van vervreemding tussen overheid en burger.
Serres problematiseert ook de wijze waarop we de werkelijkheid benaderen. Hij stelt dat onze waarneming gebrekkig is. We beperken ons tot een rationeel perspectief. We benaderen de werkelijkheid denkend. Hij pleit ervoor dat we onze zintuigen gebruiken in plaats van enkel de werkelijkheid met ons verstand te benaderen. We moeten de werkelijkheid horen, voelen, ruiken. (Serres, 1998)
Dat wijkt nogal af van de benadering waarin we tot de werkelijkheid willen doordringen door elementen te onderscheiden, die verder te analyseren door op zoek te gaan naar samenstellende deeltjes, waarna we steeds verder dit proces telkens weer te herhalen, totdat we de kleinst mogelijke deeltjes hebben opgespoord. De achterliggende gedachte is dan, dat als we de werkelijkheid ontleden, we tot de kern, tot het wezen van de werkelijkheid kunnen doordringen. Die gedachte schuift Serres terzijde. We doen daarmee de werkelijkheid tekort door die deterministisch te benaderen.
Serres reikt als benadering aan dat we het beeld van de werkelijkheid dat thans gangbaar is, slechts kunnen begrijpen door ons in de ontstaansgeschiedenis ervan te verdiepen. Om de rivier benedenwaarts te begrijpen, moeten we de tocht stroomopwaarts naar de bron afleggen. Dat kan leiden, bijvoorbeeld rond een geldend beleidscomplex, dat we nagaan hoe dat beleid tot stad is gekomen. Wat zijn belangrijke besluiten geweest en wat is de buitensluitende werking van die besluiten geweest?
Deleuze
Ook het denken van Gilles Deleuze vraagt in meerdere opzichten aandacht. Hij stelt de dynamiek centraal. Dat is een interessante en relevante invalshoek. Immers, veel afbeeldingen die we van de werkelijkheid vormen, zijn statisch. Denk bijvoorbeeld hoe we in wetten en regelingen statische definities opnemen. Deleuze stelt daarentegen het “worden” centraal. Dynamiek kun je niet proberen te begrijpen met statische begrippen. Het gaat niet om het vervangen van het ene wereldbeeld door het andere. Dan blijven we zitten in een statische context. Het gaat er juist om de processen te verkennen en begrijpen, inclusief de wordingsgeschiedenis van het formele betekeniskader dat we thans kennen en respecteren als dominant.
Bovendien stelt Deleuze dat we buitengewoon terughoudend moeten zijn de processen van wording al te gauw in te kaderen en te systematiseren. Hij gebruikt het beeld van een wortelstelsel, een rizoom waarbij op onverwachte momenten en op onverwachte en niet te voorspellen plaatsen nieuwe scheuten ontstaan.
Deleuze bepleit ook, als derde element, dat we de bekende wereld, d.w.z. de afbeelding van de werkelijkheid die we hebben gevormd, verlaten en het onbekende tegemoet gaan. Daar hebben we nieuwe begrippen en concepten voor nodig. Dat vraag creativiteit en vooral ook het lef om onszelf te confronteren met het onbekende. Thans gangbare begrippen werken daarbij verhinderend om het nieuwe land te leren kennen. De richtingaanwijzers van de bekende wereld leiden ons steeds weer terug naar het hier en nu. Deleuze pleit voor deterritorialisering: ons losmaken van het bestaande om op weg te gaan naar het nieuwe en onbekende.
Op de vierde plaats is de filosofie van Deleuze interessant vanwege de aandacht die hij vraagt voor verschillen. Hij staat zowel kritisch tegenover onze neiging de werkelijkheid harmoniseren tegemoet te treden als tegen de benadering de werkelijkheid splitsend te benaderen. In het eerste geval ontkennen we de verschillen en in onze analyses ordenen we door aspecten en disciplines te onderscheiden en geen aandacht te geven aan de aard van de verschillen. We ordenen ze weg om ons een beeld te kunnen vormen dat ons de illusie van kennis en inzicht geeft. Deleuze pleit ervoor dat we de verschillen onderzoeken in plaats van ze “weg” te ordenen. Daarvoor is nodig dat we ons denken kritisch beschouwen. We moeten niet denken over de werkelijkheid maar vooral over ons eigen denken, over onze denkpatronen.
Latour
In de filosofie van Bruno Latour is sprake van de actor-netwerktheorie. Die houdt in dat niet alleen mensen maar ook objecten werking kunnen hebben. De werkelijkheid toont ons een beeld waarin sprake is van een netwerk van mensen, materie en processen die interacteren. Wat plaatsvindt is een complex proces dat zorgvuldige bestudering vraagt om oog te krijgen voor hoe gebeurtenissen plaatsvinden.
De consequentie is dat we de neiging moeten onderdrukken om de werkelijkheid, c.q. het verloop van processen, al te snel in kaders te drukken en te veronderstellen dat dergelijke modellen een getrouwe afbeelding van gebeurtenissen zijn. Dat heeft gevolgen voor onderzoek. Het vraagt een houding van respect om de werkelijkheid te onderzoeken. Dat pleit voor vormen van participerend onderzoek in plaats van hypothetisch-deductief een veronderstellende verklaring op te stellen en vanuit dat perspectief c.q. betekeniskader de werkelijkheid te benaderen.
De vrije waarneming moet uitgangspunt zijn en gaandeweg kunnen gedachten en zeer voorlopige associaties oprijzen die, na keer op keer te worden bevestigd, in staat stellen tot mogelijke conclusies te komen die vervolgens keer op keer moeten worden bevestigd alvorens conclusies een meer definitieve status te geven. In de artikelen over overheidsbeleid en wetenschap komen we hierop terug met voorbeelden uit de praktijk. Hier volstaat dat ook het denken van Latour de werkelijkheid problematiseert en afstand neemt van benaderingen die op veronderstelde kennis zijn gebaseerd.
Baudrillard
Ook Jean Baudrillard levert waardevolle gedachten over collectieve betekenisgeving. In het bovenstaande zijn we ervan uitgegaan dat het mensen zijn die betekenisgeven aan de werkelijkheid en afbeeldingen maken van de werkelijkheid. Dat logisch lijkende vetrekpunt wordt door Baudrillard onderuitgehaald. Zijn overtuiging is dat niet de mensen zelf de werkelijkheid betekenen en verbeelden, maar dat mensen de afbeeldingen krijgen aangereikt door de media. We zien de werkelijkheid niet via de media maar de media “maken” de werkelijkheid. De media houden ons een werkelijkheid voor die gekleurd is, zonder dat we weten welke krachten op het constructieproces van invloed zijn geweest. De beelden die ons worden voorgehouden, zijn gekleurd. We leven bijgevolg in een schijnwereld en we zijn niet goed in staat die schijnwereld te falsifiëren. (Baudrillard, 1994)
Eigenlijk is de situatie nog complexer. De media houden ons beelden voor maar die beelden hoeven niet automatisch door ons als kijker te worden overgenomen. Ze kunnen door ons worden betekend, afhankelijk van het vertrouwen dat we hebben in een medium. Denk in Nederland aan de bestaande Omroepen die vanuit een perspectief opereren en functioneren. Een omroep kan wel of niet handelen vanuit de overtuiging van duurzaamheid. Er kan sprake zijn van een sociaal of juist liberaal betekeniskader wat vervolgens van invloed is op de berichtgeving. Er is geen dubbele hermeneutiek maar een meervoudige hermeneutiek. Het is dus ingewikkelder.
En in die complexiteit moeten wij onze weg vinden. Dat kan slechts door uiteindelijk de beelden te ordenen. Maar die ordeningen moeten in voortdurende relatie met de praktijk ontstaan. Dan kan inzicht ontstaan dat niet enkel, om het beeld van Serres te gebruiken, op de eilanden geldt en werking kan hebben, maar vooral op de oceaan. En vooral ook inzicht in de verschillen en in de vraag wat de bronnen zijn van die verschillen.
Foucault
De filosofie van Michel Foucault kan betekenisvol zijn vanwege zijn denken over macht en in het bijzonder over de vraag op welke wijze processen van machtsuitoefening plaatsvinden. Gewoonlijk benaderen we, zeker in overheidsland, het machtsbegrip vanuit een juridische context. We hebben in wetten en daarvan afgeleide verordeningen nauwkeurig vastgelegd welke organisaties en daarin werkzame personen bevoegd zijn bepaald besluiten te nemen. Foucault daarentegen presenteert een benadering waarin machtsuitoefening plaatsvindt langs informele weg.
Er kan een logische relatie worden gelegd tussen de filosofie van Foucault met het constructivisme. Zo stelt Foucault dat machtsuitoefening kan worden begrepen als een cultureel bepaald proces. Het gaat niet zozeer om formele machtsstructuren maar om de vraag wie de macht heeft te bepalen wat als normaal moet worden beschouwd. Anders gezegd: wie heeft de macht om beelden van de werkelijkheid dwingend op te leggen.
Ook in de filosofie van Foucault vinden we rond het begrip macht het concept van netwerken terug. Macht is niet een object dat via formele besluiten kan worden toegedeeld. In plaats daarvan moeten we kiezen voor een perspectief waarin macht wordt geconstrueerd in interacties. Er ontstaan informele machtsstructuren in en tussen organisaties die bepalend zijn voor de onderlinge verhoudingen tussen personen. Ik verwijs naar de dissertatie indertijd die handelde over ambtelijke oppositie binnen het toenmalige Ministerie van Landbouw: er bleek sprake van een formele en van een informele machtsstructuur. De formele machtsstructuur werd ondergraven en uitgehold door informele processen. De formele machtsstructuur werd symbolisch bevestigd maar de invloed ervan in de praktijk was beperkt. (Wagemans, 1987)
Samengevat
Het betekeniskader van de moderniteit zadelt ons op met lastige vragen. We hebben te maken met complexe problemen die niet goed oplosbaar zijn met gebruikelijke interventies. Nodig is dat we kritisch ons wereldbeeld onderzoeken. Wat zijn de aannames en vanzelfsprekendheden die eraan ten grondslag liggen? Denk aan uitgangspunten als kenbaarheid en manipuleerbaarheid zoals die in het betekeniskader van de moderniteit golden. We leven weliswaar in een postmoderne tijd, maar de structuren van de moderniteit hebben nog weinig aan invloed ingeboet. We proberen problemen aan te pakken maar onze pogingen zijn gebrekkig. Die gebreken laten zich, ondanks ons streven, niet goed repareren. Met als gevolg dat we het verleden herhalen en niet toekomen aan het ontwerpen van de toekomst. De werkelijkheid is complexer dan we veronderstellen.
Slot
In twee opvolgende artikelen komen het beleidsdomein van de overheid aan bod en het domein van de wetenschap. Hoe wordt in beide domeinen omgegaan met dat fundamentele onvermogen de werkelijkheid te kennen en begrijpen? Kunnen de gedachten die we presenteerden ons helpen om binnen overheidsbeleid en in het wetenschapsdomein de drempel te slechten van verleden en heden naar de toekomst?
Literatuur
Arendt, Hannah, The Human Condition, The Chicago University Press, 1958
Baudrillard, Jean, Simulacra and Simulation, University of Michigan Press, 1994
Chatelion Counet, Patrick, Het absurde universum; hoe wetenschap stukloopt op de ongrijpbare werkelijkheid, Kokboekencentrum, Utrecht, 2024
Deleuze, Gilles en Guattari, Felix, A Thousand Plateaus, Bloomsburry Publishing Plc, 2013
Desmet, Mattias, De Psychologie van het Totalitarisme, Pelckmans Uitgevers, Kalmthout, 2022
Dijksterhuis, E.J., De mechanisering van het wereldbeeld, Amsterdam, 1950
Kolakowski, Leszek, Illusions of Demythologisering, Van der Leeuwlezing, 1984, Groningen
Kolakowski, Leszek, Metapfysical Horror, University of Chicago Press, 2001
Latour, B. (2005). Reassembling the Social: An Introduction to Actor-Network-Theory. Oxford University Press, 2005
Morin, Edgar, Het onwaarschijnlijke kan gebeuren. En 15 andere lessen uit de geschiedenis, Uitgeverij Omniboek, 2025
Nicolescu, Basarab, Methodology of Transdisciplinarity – Levels of Reality, Logic of the Included Middle and Complexity’, in: Transdisciplinary Journal of Engineering & Science Vol: 1, No:1, (December, 2010), pp.19-38
Schoonen, Willem, Een klok weet niet hoe laats het is; en andere vraagstukken waar de wetenschap geen antwoord op heeft, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2018
Serres, Michel, Les cinq sens, Hachette Litterature, 1998
Simon, Herbert A.; Egidi, Massimo; Viale, Ricardo; Marris, Robin, Economics, Bounded Rationality and the Cognitive Revolution, Edward Elgar Publishing Limited, 2008
Wagemans, Mathieu, Van een definiërend naar een energetisch wereldbeeld
Deel 2: De noodzakelijke verandering, in Civis Mundi #91, 2019
Wagemans, Mathieu, Voor de verandering: een op ervaringen gebaseerde studie naar de spanning tussen de theorie en de praktijk van het besturen, Wageningen, 1987
Wagemans, Mathieu, Het ideale en volmaakte is niet realiseerbaar; De Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski over politiek en overheidsbeleid, Civis Mundi nr 169, april 2026
*********************************
Hoe overheidsbeleid is vastgelopen met het platteland als slachtoffer
Mathieu Wagemans www.ontganiseren.nl
Inleiding
Op 26 juni jl. presenteerde het kabinet beleid met betrekking tot oplossing van de stikstofpolitiek. Het is een uitdagende combinatie van maatregelen die ingrijpende consequenties zullen hebben voor bestaande landbouwpraktijken in een aantal regio’s. De reacties zijn voorspelbaar. Vanuit natuur- en milieukringen worden de maatregelen als te weinig en te laat beoordeeld, terwijl in landbouwkringen de opvatting leeft dat ze te ingrijpend en deels onnodig zijn.
Hoe dan ook is het uitdagend dat is getracht eindelijk tot oplossingen te komen voor de stikstofproblematiek. Tegelijkertijd is er geen garantie dat er compromissen tot stand komen die de onderliggende problematiek oplossen. Sterker nog, in menig opzicht is sprake van een alsmaar dichter en gedetailleerder complex van overheidsregels. Verandering van regels is lastig, omdat iedere wijziging moet worden ingepast in een reeds onoverzienbaar regelkader. Bovendien zijn wijzigingen tijdrovend, onder meer vanwege procedures van rechtsbescherming. Er gelden verder beginselen van behoorlijk bestuur waaraan moet worden voldaan. Het beleidsveld is vastgelopen. We hebben onszelf verloren in een proces van voortgaande detaillering, voor een belangrijk deel veroorzaakt door overwegingen van juridische aard.
Gevolg is dat inhoudelijke feiten en argumenten opzij worden gedrongen en worden overklast door juridische kaders. Dat roept allereerst de vraag op of ons verlangen naar perfect opererend overheidsbestuur en een volledig intern consistent overheidsbeleid niet een illusie is. Moeten we niet accepteren dat juridische perfectie onbereikbaar is, althans veranderingen belemmert? In de filosofie, o.a. bij de Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski, zijn kritische beschouwingen aan te treffen over het menselijk streven naar perfectie. Juist het omgaan met het onvolmaakte beschouwt hij als het wezen van het menszijn. Vergelijk het met de huidige praktijk in het landbouwbeleid waar de overheid veronderstelt dat je vanuit Den Haag zelfs op de vierkante meter van een perceel het dagelijks handelen van een boer kunt regelen. Het zijn illusies die niettemin juridisch zijn vastgelegd en dus formeel gelden.
Inhoudelijk
Beleidsinhoudelijke overwegingen en afwegingen worden opzij gedrongen door juridische redeneerlijnen. Wat plaatsvindt heeft het karakter van schijngevechten die niet alleen tijdrovend zijn die, zoals de praktijk toont, maar hooguit symptomen bestrijden en de onderliggende problemen laten voortbestaan.
Wat zijn die onderliggende problemen? Een belangrijk element is dat er sprake is van spanning tussen een tweetal functies voor een duurzaam beheer van het platteland. Het gaat om het rationeel produceren van voedsel enerzijds en een duurzaam beheer van het platteland anderzijds. De praktijk toont dat beide functies thans op gespannen voet staan met elkaar met als gevolg dat er sprake is van een permanente belangenstrijd die men met onderhandelingen probeert op te lossen. Voedselproductie wordt beschouwd als een economische activiteit, terwijl beheer van common goods zoals natuur en landschap als een maatschappelijke noodzaak wordt beschouwd.
Wat gebeurt is dat het maatschappelijk debat hierover het karakter heeft van een confrontatie tussen een economisch en een ecologisch paradigma. Die spanning is onoverbrugbaar omdat beide partijen, landbouw en natuur/landschap, werken vanuit een fundamenteel verschillend betekeniskader. Zo benadrukt de landbouw de economische betekenis van de landbouw. Gewezen wordt dan op de enorme bijdrage aan de export. Heel vroeger leerde ik in Wageningen echter dat de omvang van de export een bedenkelijke en deels valse maatstaf is voor economische activiteiten. Tegelijkertijd hebben we natuurbelangen verengd en juridisch vastgelegd in regels die vaak hun oorsprong vinden in bescherming van bepaalde dieren en planten die met uitsterven worden bedreigd. Beschermingsmaatregelen per dier of plant krijgen vervolgens absolute betekenis, ongeacht de prijs in termen van hogere kosten, gemist inkomen en vertraging van procedures die daarvan het gevolg zijn. Gaan we voort op dit pad van confrontatie, dan reproduceren we telkens het verleden en komen we niet eraan toe de toekomst te ontwerpen.
Verandering van perspectief
Kennis over veranderingsprocessen en conflictoplossing leert dat het vaak kan helpen, wanneer partijen zich losmaken van eigen posities en onderliggende aannames en vanzelfsprekendheden. Door elkaar te bevragen over achterliggende waarden en zorgen kan ruimte ontstaan voor betekenisvolle communicatie.
Wat zouden dan de omslagen zijn in ons denken, die zouden kunnen helpen uit de huidige impasse te komen? Ik noem er enkele die erop gericht zijn het geldende juridisch verankerd perspectief te verbreden.
Hoe economisch is de landbouw?
Allereerst is nodig dat we landbouw niet langer beschouwen als een puur economische activiteit. Die verenging, die overigens standaard is binnen de benadering door landbouworganisaties, heeft ertoe geleid dat de maatschappelijke functie van de landbouw slechts economisch is. Dat perspectief ontneemt betekenis aan wat landbouw in maatschappelijk opzicht betekent c.q. kan betekenen. Neem als voorbeeld de zorglandbouw. Nog in de negentiger jaren werd vanuit de landbouw enigszins meewarig gekeken naar zorglandbouw. Dat beeld is gelukkig veranderd. De uitdaging is om landbouw niet enkel te benaderen vanuit een economisch perspectief maar vanuit een ecologisch perspectief. Dat biedt mogelijkheden om tot verbinding te komen die thans vaak ontbreekt. Er is sprake van vijandbeelden over en weer. Landbouw kan van oudsher worden opgevat als een interventie in natuurlijke systemen. Dat perspectief is opzij gedrukt en vervangen door een eng-economisch gezichtspunt dat vanuit de landbouw strijdbaar, eenduidig en dwingend wordt bepleit en verdedigd. De vervreemding tussen boer en burger kan voor een belangrijk deel hieraan worden toegeschreven. Anderzijds worden economisch gefundeerde opvattingen, wensen en eisen vanuit de landbouw niet zelden door behartigers van natuur- en landschapswaarden als betekenisloos terzijde geschoven.
Het platteland centraal in plaats van de landbouw
Op de tweede plaats is verbreding van de problematiek nodig. Het gaat niet enkel om de transformatie van een sector, in casus de landbouw, maar om een transformatie van het platteland. Die benadering pleit ervoor, ook zicht te krijgen op vragen rond leefbaarheid in kleine kernen, om dorpshuizen, om sociale verbanden en om nieuwe bindingen tussen burgers en boeren. Die ontmoeten elkaar thans steeds vaker in de zalen van rechtbanken en van de Raad van State. Verbindingen tussen boer en burger zijn in het proces van modernisering opgeofferd, niet zozeer als doel of keuze maar eerder als een gevolg van een ver doorgevoerde juridisering. Ook speelt mee dat tot de vijftiger jaren landbouwbedrijven vaak waren gevestigd in dorpskernen. Dat bood weinig of geen ruimte voor de noodzakelijke schaalvergroting in de landbouw. De indrukwekkende modernisering van de landbouw die zich vanaf de zestiger jaren heeft voltrokken, was een proces dat zich aan het zicht van burgers veelal onttrok.
Grondbeleid
Op de derde plaats is een nieuw grondbeleid aan de orde. Dat is een politiek zeer beladen onderwerp. Ooit sneuveld er een kabinet over en haalden voorstellen niet de eindstreep. De gevolgen kennen we. Nog steeds is grondspeculatie buitengewoon rendabel. De gevolgen ervaren we thans intens. Zie hoe de waarde van grond enorm stijgt wanneer de bestemming van een perceel grond verandert van bijvoorbeeld landbouw naar woningbouw. Zie hoe daardoor enorme vermogensverrijking plaatsvindt zonder dat er enige inspanning van de eigenaar tegenover staat. Zie hoe die hogere prijzen voor aankoop van landbouwgrond vervolgens verhinderen dat we duurzaam en betaalbaar huizen kunnen bouwen voor mensen met lagere inkomens zoals starters en veel senioren. Maar ook zonder bestemmingsverandering heeft landbouwgrond een waarde gekregen die zelfs met efficiënte landbouwpraktijken nauwelijks kan worden gerechtvaardigd. Tegelijkertijd komen de kosten van verliesgevende bestemmingswijzigingen, zoals van landbouw naar natuur, op het bord van de overheid terecht.
Overheidsbeleid
Op de vierde plaats, en dat geldt in het bijzonder voor de overheid c.q. politiek, is een ander perspectief op overheidsbeleid nodig. Ik noemde reeds de nog steeds toenemende complexiteit van overheidsmaatregelen. Zonder juridische kennis en deskundigheid blijkt communiceren met de overheid vaak lastig. Die groeiende complexiteit kan niet worden gerepareerd door rechter. Sterker nog, het beginsel van de scheiding van de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht maakt dat rechters slechts aan geldende beleidsregels (inclusief jurisprudentie) moge toetsen. Dat betekent dat zij beleid bevestigen en hooguit onduidelijkheden kunnen benoemen. Dat leidt vervolgens niet zelden tot detaillering van begrippen en definities.
Beleidsformulering houdt in dat we ons een eenduidig beeld vromen van de werkelijkheid. . Regels mogen niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn. We kiezen voor eenvoud in plaats van meervoud. Strakke definities zoals die in wetten en daarvan afgeleide regels vastliggen, hebben as gevolg dat alles wat niet binnen definities past, voor de overheid betekenisloos is. Het is chaos. De ordening in beleidsdocumenten heeft als gevolg dat we chaos produceren. De definities in beleidsdocumenten maken een onderscheid tussen wat de definities omvatten en wat ze buitensluiten. De ordeningen zijn slechts mogelijk doordat we als betekenisloos terzijde schuiven wat er niet in past.
Zo beschouwd kunnen we die chaos opvatten as de bestaansvoorwaarde voor overheidsregelingen. In de Franse filosofie (Serres, Morin) zijn tal van verhelderende benaderingen aan te treffen, die ervoor pleiten die chaos te onderzoeken. Wat hebben we buitengesloten in het proces van rationele modernisering? Moeten we niet het irrationele onderzoeken om de thans geldende beleidscontext te leren kennen en begrijpen? Of, nog een stap verder, moeten we niet het buitengeslotene als kenmerk gaan zien van ons beleidssysteem? Niet de inhoud bepaalt een systeem, maar juist datgene wat niet in het systeem past. Het is een omkering van redeneerlijnen, die tot heel andere wereldbeelden leidt.
Die benadering stelt in staat de processen van modernisering kritisch te beschouwen. Wat zijn we onderweg kwijtgeraakt? Wat is er in de berm beland, omdat ons verlangen naar ordening sterker was dan oog hebben voor wat maatschappelijk relevant was en is? Dat leidt mogelijk/waarschijnlijk tot een veel bredere kijk op wat landbouw in een (post)moderne landbouw kan betekenen. Een herwaardering dus.
Daarnaast verdient aandacht dat we de werkelijkheid niet splitsen in sectoren en afzonderlijke beleidssystemen, maar de verbinding zoeken tussen beleidsvelden. In de landbouwwetenschappen houdt dat in dat we niet vanuit een disciplinair perspectief de werkelijkheid benaderen maar veelomvattend. Dat gaat verder dan multidisciplinaire benderingen. We moeten ook oog krijgen voor de werkelijkheid die niet door disciplinaire benaderingen wordt beschenen. Dat betekent een omslag naar transdisciplinair onderzoek: de ruimte tussen de disciplines onderzoeken. Dat vraagt om andere begrippen en concepten. Om het buitengeslotene, het irrationele, te onderzoeken kunnen we niet volstaan met rationele begrippen en redeneerlijnen.
Uitdaging
De uitdaging is om vanuit een dergelijke breder perspectief de bestaande problematiek te benaderen. De vervolgvraag is hoe we de brede verantwoordelijkheid voor een duurzaam platteland vorm kunnen geven. Dat zal een andere landbouwpraktijk opleveren en mogelijk een variatie aan praktijken, afhankelijk van de omstandigheden en waarden in een bepaalde regio. Dat vraagt ook institutionele vernieuwing: nieuwe organisatievormen, een nieuw sociaal geborgd beloningssysteem, nieuwe verdienmodellen, evaluaties op regionale schaal binnen heldere kaders op landelijk niveau, een regionaal verrekeningssysteem waarin opbrengsten en kosten van bestemminswijzigingen onderling worden verrekend.
Maatschappelijke kosten-baten-analyse
Een eerste stap kan zijn om los te komen van de thans dominante economische context, maar te beginnen met een maatschappelijke kosten-baten-analyse van het huidige beleidspomplex. Wat levert bijvoorbeeld de landbouw in maatschappelijk opzicht op? Wat zijn de maatschappelijke nadelen c.q. kosten van huidige landbouwpraktijken? Moeten we niet ook de verzadiging van gronden met fosfaten en stikstof meetellen, de uitspoeling naar de oppervlakte- en grondwater? En wat zijn de kosten van herinrichting en beheer van natuurgebieden? Wat zijn de maatschappelijke kosten van het huidige stikstofbeleid? En wat is de emotionele schade die betrokkenen in bijvoorbeeld de landbouw ervaren?
Tot slot
Het vraagt overtuiging en lef een dergelijk proces van systeemverandering in te zetten. Dat geldt zeker omdat we dan het niemandsland tussen landbouw en natuur c.q. landschap moeten betreden. Dat brengt risico’s met zich mee. Trekkers kunnen doorgang blokkeren. Maar de uitdaging is om tot een duurzaam model te komen voor gebiedsbeheer met faire beloningen voor wie er een bijdrage aan levert. Het is mijn overtuiging dat een dergelijke oplossingsrichting een betere basis biedt voor een duurzaam beheer van het platteland dan de opeenvolging van geitenpaadjes en juridische spitsvondigheden die thans de communicatie typeren.
******************************
****************************
Het ideale en volmaakte is niet realiseerbaar, Hoe systemen juist door het streven naar perfectie totalitaire werking kan krijgen
De Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski over politiek en overheidsbeleid
(gepubliceerd in het aprilnummer (nr. 169) van Civis Mundi)
Mathieu Wagemans (www.ontganiseren.nl)
Inleiding
Hoewel we over alsmaar meer kennis en technologie beschikken, heeft de ervaring ons de afgelopen decennia geleerd dat we met complexe vraagstukken te maken hebben waar we maar moeilijk vat op krijgen. Denk aan het functioneren van de overheid waarbij oplossingen alsmaar vaker op problemen van juridische aard stuiten. Wat maatschappelijk relevant is, blijkt regelmatig niet uitvoerbaar te zijn, omdat regels zich daartegen verzetten. Ook de wijze waarop we zijn georganiseerd kan een stevige hinderpaal vormen. Gevestigde belangenstructuren verhinderen noodzakelijke ingrepen of zorgen voor langdurige vertraging. We zijn georganiseerd rond tegenstellingen. Gezamenlijkheid ontbreekt om tot ingrijpende vernieuwingen te komen. Gevolg is dat inspirerende voorstellen voor vernieuwing, vaak na lang en intensief overleg, uitmonden in compromissen die de basisproblemen onaangeroerd laten.
De duurzaamheidsproblematiek is een voorbeeld dat illustreert dat er weliswaar op onderdelen vooruitgang wordt geboekt, maar de grote omslag die nodig is blijft uit. Velen hebben belang bij handhaving van bestaande praktijken. Telkens blijkt dat afspraken die op internationale milieuconferenties worden gemaakt, onvoldoende worden nagekomen. De wereld blijkt minder maakbaar dan we graag zouden willen.
Kolakowski
De filosofie van de Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski bevat interessante gedachten met betrekking tot systeemveranderingen. Oorspronkelijk toonde hij zich in zijn vaderland Polen enthousiast aanhanger van het marxisme. De idealen van gelijkheid en solidariteit spraken hem aan. Maar een verblijf in de toenmalige Sovjet-Unie bracht zijn overtuigingen aan het wankelen. Hoe kon een aansprekende ideologie uitmonden in onderdrukking en Goelag-kampen? Die vraag leidde uiteindelijk tot een uitvoerige en diepgravende studie en analyse van het ontstaan, het functioneren en de uitholling van het marxisme. In zijn latere werk heeft hij zijn visie verder uitgewerkt en uitgediept, waardoor die in een veel breder verband betekenis heeft gekregen.
Enkele belangrijke elementen van zijn filosofie komen onderstaand aan bod, omdat ze naar mijn opvatting tot verdiepende vraagstellingen leiden en van betekenis kunnen zijn bij het realiseren van systeemveranderingen. Elementen uit de filosofie van Kolakowski worden hier vrij geïnterpreteerd. Als toepassingsgebied kiezen we het functioneren van het beleidssysteem van de overheid.
Het functioneren van de overheid
De vraag hoe de overheid functioneert is in brede kring actueel. Talrijk zijn de ervaringen die in de ogen van burgers illustreren hoe bureaucratisch en ambtelijk de overheid werkt. Men wijst dan op een overdaad aan regels, soms met betrekking tot volstrekt irrelevant zaken, terwijl de tegelijkertijd belangrijke problemen niet of onvoldoende worden aangepakt. Of zie het onderscheid tussen systeemwereld en leefwereld dat door de recent overleden Duitse filosoof Jürgen Habermas werd geïntroduceerd. Overheid en burgers spreken een eigen taal. Wat betekenisvol is voor burgers, kan betekenisloos zijn voor de overheid. Het omgekeerde geldt ook. Er is sprake van een onderling afwijkend betekeniskader. Dat verschil kan worden opgevat als de oorzaak van de vervreemding tussen overheid en burger.
Het betekeniskader van de overheid is vastgelegd in wetten en daarvan afgeleide verordeningen en andere regelstructuren. Daarin wordt met veel gevoel voor detail gedefinieerd wat de overheid verstaat onder een bouwwerk, belastbare inkomsten, strafbare feiten, agrarisch, verkeersveiligheid of een onderneming. Dat wereldbeeld van de overheid is uiterst omvangrijk en gedetailleerd. Desondanks is ook bepaald dat iedere burger geacht wordt de wet te kennen. Dat vermogen is velen met mij niet gegeven. Maar het is een sluitstuk op een systeem om zo te voorkomen dat onbekendheid met regels iemand vrijwaart bij overtreding ervan.
In beleidsstukken is verder vastgelegd hoe de samenleving eruit dient te zien. De overheid heeft de opdracht de maatschappelijke werkelijkheid bij te sturen in de gewenste richting en stelt daartoe doelen op. We dichten de overheid de kennis en kunde toe de maatschappij te veranderen zodat die overeenkomt met onze idealen en wensen. Ook speelt mee dat we hoge eisen stellen aan hoe de overheid moet functioneren. We hebben beginselen van behoorlijk bestuur die moeten worden gerespecteerd op straffe van vernietiging van genomen besluiten. We leggen de lat hoog voor overheidsinstanties. Wie zich niet kan vinden in overheidsbesluiten, beschikt over ruime mogelijkheden op het terrein van rechtsbescherming, wat vervolgens vaak leidt tot ingewikkelde langdurige procedures die aanzienlijke vertraging kunnen opleveren.
De visie van Kolakowski op idealen
Een belangrijk element in de filosofie van Kolakowski betreft ons verlangen de werkelijkheid in overeenstemming te brengen met wat wij idealiter willen. Hij toont zich buitengewoon kritisch over dat streven. Sterker nog, hij onderbouwt de stelling dat dit verlangen naar het ideale gemakkelijk oorzaak kan worden van totalitarisme. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan ons verlangen de ideale maatschappij te realiseren. Zijn studie van en ervaringen met het marxisme breidde hij later uit tot een kritische houding ten opzichte van ideologieën en systemen in het algemeen.
Ideologieën
Dat brengt hem tot een uiterst kritische houding ten opzichte van ideologieën. Hij verzette zich tegen de illusie dat we tot perfectie in staat zouden zijn. Hij had oog en oor voor de gebreken. Ideologieën krijgen een legitimerende functie met betrekking tot de wijze waarop we trachten de werkelijkheid in overeenstemming te brengen met ideologisch gefundeerde beelden van de werkelijkheid.
Zijn uitgangspunt is dat we weliswaar het ideale kunnen nastreven, maar dat het niet bereikbaar is. De mens heeft zijn beperkingen. Er is sprake van een fundamenteel onvermogen. Het verlangen naar het ideale is zo sterk dat het onvermogen een ideale werkelijkheid te realiseren erdoor wordt overstemd. Het ideale krijgt zo absolute betekenis als rechtvaardigheidsgrond voor praktijken die pretenderen realisering van het ideale dichterbij te brengen. Het doel heiligt de middelen. Er is geen ruimte voor kritiek. Ook de ideologie zelf verheft zich boven kritiek. Een ideologie rechtvaardigt zichzelf.
Nar
In een cultuur waarin het absolute regeert is er geen ruimte voor kritiek. Volgzaamheid is voorgeschreven. Kritiek betekent het risico te worden verstoten. Je wordt buiten het systeem gedrongen c.q. gedwongen. Kolakowski heeft dat zelf ervaren. Zijn kritiek op het marxisme c.q. communisme vanwege het totalitaire karakter leidde onder het bewind van Gomulka tot zijn verbanning uit Polen. Daarbij speelde waarschijnlijk mee dat hij zijn kritiek scherp, bijtend en sarcastisch verwoordde.
Hij voerde de figuur van de nar op die de ruimte had om te benoemen wat niet gezegd mocht worden. (Schuyt, 1967) De nar geeft stem aan wat door het regime in een absolutistisch systeem niet mag worden geuit. De nar bevindt zich binnen het dominante systeem maar mag straffeloos kritiek uiten, enkel en alleen omdat hij als nar niet serieus hoeft te worden genomen en dus niet als bedreigend wordt ervaren. Het is slechts de nar die spreekt. Dat ligt anders bij klokkenluiders binnen het huidige overheidssysteem die ondanks beschermende maatregelen vaak forse drempels moeten overwinnen om ernstige gebreken onder de aandacht te brengen en stem te geven aan wat iedereen weet maar moet worden verzwegen. Een kritische houding staat haaks op een cultuur waarin zelfbevestiging een leidend automatisme is.
Het mensbeeld bij Kolakowski
Kolakowski neemt afstand van het beeld dat de mens in staat is de werkelijkheid in overeenstemming te brengen met onze idealen. In plaats daarvan moeten we leren leven met het onhaalbare. De volledige realisering van onze idealen is de mens niet gegeven. Of nog pregnanter geformuleerd: juist leven met het onhaalbare zou je als het wezen van het leven zelf kunnen duiden. Existentie is besef van eindigheid. Leven als fase tussen geboorte en dood. De opgave is niet de eindigheid op te heffen en te vervangen door zekerheid, maar de onzekerheid te blijven accepteren en respecteren in plaats van de pretentie te hebben die voorbij te komen. Daaruit vloeit een buitengewoon kritische houding voort met betrekking tot willekeurig welk systeem dat absoluutheid claimt.
Twijfel
Dat fundamenteel onderkennen en erkennen van het onhaalbare is niet populair. De Verlichting had immers als strekking dat we ons los konden en moesten maken van de dominante wereldlijke en kerkelijke structuren. De mens diende zich in een onafhankelijke positie te plaatsen ten opzichte van de werkelijkheid. De wereld was kenbaar en maakbaar. Het benadrukken van onvermogen staat haaks op die houding. Dan vallen zekerheden weg en moet er ruimte zijn voor twijfel. In een totalitair systeem is die ruimte niet aanwezig. De macht is vanzelfsprekend. Twijfelen aan kennis en wijsheid van de leiding is niet toegestaan.
Kolakowski neemt afstand van deze benadering. Hij verzet zich tegen deterministisch denken en de onderliggende claim dat we langs die weg de werkelijkheid uitputtend kunnen leren kennen. Dat werkt beperkend voor de ruimte voor het menselijk denken en de waardigheid van de mens. De mens wordt dan ondergeschikt aan conclusies die als vaststaand worden beschouwd. Kennis krijgt absolute en dirigistische werking. (Du Bois, 1977)
Redeneerlijnen
Kolakowski besteedt veel aandacht aan wat je redeneerlijnen zou kunnen noemen. Er is sprake van een logica die in staat is zekere verbanden te leggen. Het veronderstellend karakter ervan is misplaatste kritiek en wordt als gezagsondermijnend beschouwd. De werkelijkheid wordt opgevat als een geheel van samenhangende verbanden. De uitdaging is die verbanden op te sporen. Dat vraagt strakke denkpatronen om zo tot onweerlegbare conclusies te komen. Wordt een verondersteld verband door onderzoek bevestigd? Er wordt een deken van afhankelijkheden over de werkelijkheid gelegd.
Neem, ter illustratie, het hypothetisch-deductief model in wetenschappelijk onderzoek. Door een hypothese op te stellen met behulp van aannames en definities wordt een beeld van de werkelijkheid geconstrueerd dat eenduidig is. Meerduidigheid wordt buitengesloten. Wanneer vervolgens de geformuleerde hypothese wordt bevestigd, concluderen we dat er sprake is van zekere kennis. Echter, die kennis heeft slechts betekenis binnen de in de hypothese geformuleerde en gemankeerde afbeelding van de werkelijkheid.
De buitensluitende werking van ideologieën
We stelden dat ideologieën een sterke associatie hebben met absolute en volledige perfectie. Die pretentie heeft als gevolg dat er geen ruimte meer is voor kritiek en dat die niet is toegestaan. Daarmee hebben ideologieën buitensluitende werking. Alles wat in strijd is met een ideologie, is betekenisloos en dient dat ook te blijven. Het wordt vijandig tegemoet getreden. De werkelijkheid wordt verengd tot wat in overeenstemming is met de geldende ideologie. Er is sprake van een strak geordend beeld van de werkelijkheid. Wat daar niet in past heeft, bestaat niet en heeft ook geen bestaansrecht.
Er is sprake van een sterke scheiding tussen orde en chaos. Regels en daarin opgenomen definities zijn strak en gedetailleerd. Ze maken een scherp onderscheid tussen wat is toegestaan c.q. voorgeschreven en wat niet in het dominante betekeniskader valt.
Chaos is de bestaansvoorwaarde voor de orde
Dat onderscheid tussen orde en chaos vraagt nadere aandacht. We gaan er doorgaans van uit, dat we door een strak uitgewerkt onderscheid de werkelijkheid die niet in het dominante betekeniskader past, definitief kunnen buitensluiten als niet-bestaand. De Franse filosoof Michel Serres stelt echter dat de werkelijkheid zich niet passief laat buitensluiten. Het buitengeslotene heeft werking en laat zich niet definitief weg ordenen en ontdoen van betekenis. Serres vergelijkt onze systemen c.q. ordeningen met eilanden in de oceaan. (Latour, 1995) Op de eilanden hebben we alles uitputtend geordend, maar het echte leven, zo stelt Serres, speelt zich af op de oceaan. Hij pleit ervoor om expedities te ondernemen om zo het leven op de oceaan te leren kennen. De oceaan stelt ons in staat in de spiegel te kijken en inzicht te krijgen in hoe we op onze eilanden functioneren.
Je zou nog een stap verder kunnen gaan en stellen dat juist wat wordt buitengesloten door een systeem kan worden beschouwd als wezenskenmerk van een systeem. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. De benadering is dan dat de ordening slechts kan bestaan dankzij het feit dat we alles buitensluiten wat niet in de ordening past. Anders gezegd, de ordening dankt het bestaansrecht aan het buitengeslotene. Zo beschouwd is de chaos, het buitengeslotene, bestaansvoorwaarde voor een ordening of systeem. Om het systeem te begrijpen moeten we inzicht krijgen in wat door een systeem wordt buitengeslotene. Door de chaos te onderzoeken kunnen we de ordening begrijpen. Orde en chaos zijn complementair.
Onderzoek van systemen
Dat wijkt nogal af van bestaande onderzoekpraktijken. De neiging is doorgaans dat als ons wordt gevraagd een systeem te beschrijven, we de aandacht richten op de inhoud van een systeem of ordening. We beschrijven dan het overheidsdomein door een onderscheid te maken tussen landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. We geven aandacht aan de toedeling van bevoegdheden en aan de procedures die gelden om tot wetgeving te komen. We schetsen het onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht en we wijzen op de beginselen van behoorlijk bestuur en de mogelijkheden op het vlak van rechtsbescherming.
In plaats daarvan zouden we als invalshoek de vraag kunnen stellen waar de overheid niet ontvankelijk voor is. Wat kan niet worden gethematiseerd binnen het formele betekeniskader van de overheid? Wat zijn de dominante redeneerlijnen binnen het overheidsdomein en wat zijn de krachten die buitensluitende werking hebben?
Onderscheid tussen ideologie en praktijk
Zoals aangegeven richtte de aandacht van Kolakowski zich aanvankelijk vooral op de spanning tussen de ideologie van het marxisme en de wijze waarop die ideologie werd omgezet in praktijken. Dat onderscheid werkte hij later uit naar verschillende andere domeinen. Veel belangstelling ging uit naar de spanning tussen religie en de institutionele kaders binnen een religie. Van huis uit katholiek toonde hij zich uiterst kritisch over hoe de katholieke kerk functioneerde.
De spanning tussen religie en systeem
Kolakowski werkte zijn filosofie uit op het terrein van religies en de betekenis ervan. Het gaat dan om onderscheid tussen enerzijds het geloof en anderzijds het kerkelijke systeem. Hij uitte scherpe kritiek op het functioneren van de katholieke kerk. Hij is ondanks zijn kritiek op de katholieke kerk zichzelf als religieus blijven beschouwen. Hij maakt een sterk onderscheid tussen geloof en de institutionalisering ervan. Als gelovige neemt hij afstand van de wijze waarop het katholieke geloof vorm en inhoud heeft gekregen in decreten, organisaties, bevoegdheden, regels enz. Die kritiek heeft hij ook verwoord in gesprekken met zijn landgenoot Paus Johannes Pauls II. Maar het onderscheid tussen geloof en kerkelijke organisatie bracht hem tot de overtuiging dat de kerk weliswaar gebrekkig kon functioneren maar dat daarmee het geloof niet overbodig was geworden.
Treffend is Kolakowski wel geportretteerd als een gelovige zonder kerk, un christien sans église. Die typering voert terug op een studie van Kolakowski over de invloed van de secularisatie op de beleving en betekenis van religies in de zeventiende eeuw. Hij herkende zich erin. Hij voelde zich religieus, maar nam afstand van de katholieke kerk als instituut met zijn decreten, prelaten, heiligverklaringen, concilies, protocollen, rechtspraak enz.
Overigens hebben de ontwikkelingen binnen de katholieke kerk in de laatste decennia geleid tot een omkering in de verhouding tussen gelovigen en de kerk als instituut. Zo is er vanaf de zestiger jaren binnen de katholieke kerk sprake geweest van een zodanig omvangrijke ontkerkelijking, dat we nu eerder kunnen spreken van églises sans christiens (kerken zonder christenen) dan van christenen zonder kerk.
Wereldbeeld
Dat Kolakowski ondanks zijn kritiek op de kerk als geïnstitutionaliseerd systeem religieus is gebleven, heeft te maken met zijn wereldbeeld. Hij toonde zich kritisch over de wijze waarop het gedachtegoed van de Verlichting inhoud had gekregen. Zijn overtuiging was dat de reductie van de werkelijkheid tot een tot een rationeel-instrumenteel geheel onvolledig en gebrekkig was.
Mythen zijn nodig om het leven en de werkelijkheid in zijn essenties te omvatten en te verbeelden. (Kolakowski, 1984) Zie ook de studie van Desmet (2022) die vanuit de psychologie de ontstaansgeschiedenis van totalitaire systemen beschrijft. Hoe bijvoorbeeld het wetenschappelijk systeem totalitaire kenmerken heeft gekregen door verabsolutering van het rationeel en instrumenteel denken met buitensluiting van al het andere. Vergelijkbare gedachten treffen we aan bij Van der Wal (1996).
Dat onderscheid tussen enerzijds een ideologie en anderzijds de concrete uitwerking en vormgeving ervan kan gemakkelijk worden verbreed. Het gaat dan om de transformatie van ideologieën c.q. idealen naar systemen en praktijken met specifiek aandacht voor de vraag hoe die transformatie kan leiden tot praktijken die op gespannen voet staan met de ideologie waar ze oorspronkelijk op zijn gebaseerd. We sluiten af met enkele verwijzingen naar een drietal terreinen, te weten de politiek, het overheidsbestuur en de rechtspraak.
Ideaal en praktijk in het politieke domein
Politieke partijen kunnen worden opgevat als instrumenten om de maatschappelijke werkelijkheid in een land of gemeente te plooien naar ideologische beginselen en waarden. Het politieke denken en handelen heeft in veel gevallen een ideologische basis. Men kiest voor het liberalisme of het socialisme. Ook hier geldt dat de vertaling van ideologie naar eenduidig denken en handelen nog niet zo eenvoudig is. Politici worden in de praktijk voortdurend geconfronteerd met onderling uiteenlopende en strijdige situaties en opvattingen.
Er moeten keuzes worden gemaakt. Dat vereist telkens weer interpretatie, zowel van ideologische beginselen als van praktijksituaties. Hoe consequent moet een ideologie worden geïnterpreteerd? Dat kan nogal uiteenlopen. Gevestigde belangen kunnen bijvoorbeeld grond zijn om beginselen niet letterlijk te nemen maar nuances toe te staan. Dat vraagt niet zelden creativiteit om bijvoorbeeld uitzonderingen te onderbouwen. Men kan bijvoorbeeld vanuit het liberalisme buitengewoon terughoudend zijn om in te grijpen in de persoonlijke levenssfeer, maar niettemin ervoor kiezen dat het opsporen en voorkomen van criminaliteit noodzakelijk is en inbreuken in de privacy rechtvaardigen.
Politieke partijen vormen belangrijke instituties binnen het politieke domein. Daarmee vormen ze een belangrijk element met betrekking tot het functioneren van de politiek. De zucht naar partijpolitieke profilering kan zo intens zijn dat politiek het karakter kan krijgen van partijpolitiek. Hoe kan ik mij onderscheiden ten opzichte van andere partijen? Kan ik mijn partij positief onderscheiden ten opzichte van andere partijen door te wijzen op inconsequente standpuntbepaling bij andere partijen.
Bovendien vraagt een politieke partij om interne institutionalisering. Hoe dient de besluitvorming te verlopen met betrekking tot het partijprogramma of de samenstelling van de kandidatenlijst? Hoewel het streven kan zijn om dergelijke besluiten zoveel en zo sterk mogelijk te baseren op ideologische beginselen, kan de uitkomst een nogal gevarieerd beeld geven. Partijen brengen een eigen belangenstructuur mee. Ook als die tot minder verheffende praktijken leidt, is de energie erop gericht om eensgezindheid uit te stralen. Dat komt sterk naar voren wanneer er sprake is van onderling tegenstrijdige posities. Kortom, ook intern kunnen gemakkelijk situaties ontstaan en gebeurtenissen plaatsvinden die men graag aan het oog onttrekt of zodanig bijkleurt dat het beeld van integriteit overeind kan blijven. Kortom, de instrumenten die tot doel hebben een ideologie via praktisch handelen in praktijk te brengen, kunnen diezelfde ideologie geweld aandoen. Het middel holt het doel uit.
Ideaal en praktijk in het domein van de uitvoerende macht
De idealen die we koesteren hebben ook betrekking op het functioneren van de overheid. Overheidsoptreden moet perfect zijn. Daartoe hebben we in de Grondwet en daarvan afgeleide wettelijke bepalingen de eisen vastgelegd waar overheidsoptreden aan moet voldoen. Zie de beginselen va behoorlijk bestuur zoals het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het motiveringsbeginsel. Burgers moeten op gelijke wijze worden behandeld. De overheid dient toezeggingen na te komen. Ook dient de overheid besluiten deugdelijk en transparant te onderbouwen. Overheidsbesluiten dienen ook consistent te zijn met andere besluiten. Die beginselen van behoorlijk bestuur kunnen in gezamenlijkheid worden opgevat als het ideaal dat door de overheid moet worden nagestreefd.
Resultaat is een complex geheel van inhoudelijke en procedurele regels voor de praktijk van het overheidshandelen. Overheidshandelen moet perfect zijn. We dwingen de veelkleurige werkelijkheid in een eenduidig juridisch kader dat ons in staat stelt tot perfectie. We verminken als het ware de praktijk door ons een eenduidig beeld te vormen van de werkelijkheid. Het geheel van definities kan worden opgevat als een betekeniskader dat binnen het perspectief van de overheid als absoluut en exclusief geldend wordt beschouwd. Wat construeren een zodanige afbeelding van de werkelijkheid dat ons in staat stelt het beeld overeind te houden dat de overheid perfect handelt. Dat is weliswaar een illusie maar liever blijven we die illusie overeind houden dan de ogen te openen voor al datgene wat we hebben buitengesloten en waar we bijgevolg geen oog voor hoeven te hebben.
Ideaal en praktijk in het domein van de rechtspraak
Natuurlijk hebben wetten en daarvan afgeleide regels slechts zin wanneer er wordt toegezien op de naleving ervan. Dat is binnen ons overheidssysteem onder meer gegarandeerd door het beginsel van de scheiding van de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Dat garandeert een onafhankelijke opstelling van de rechterlijke macht. Zoals de uitvoerende macht niet losjes met de regels mag omgaan, is het rechters niet toegestaan regels naar believen aan te passen of nieuwe regels op te stellen. Rechters zijn gehouden slechts te toetsen aan geldende regels.
De rechtspraak komt aan ideologische overweggingen slechts zijdelings toe. Dat is het geval wanneer rechters om tot helderheid te krijgen over de bedoelingen van regels de ontstaansgeschiedenis erbij halen. Welke overwegingen hebben bij de vaststelling van regels een rol gespeeld? Voor het overige zijn eenmaal vastgestelde regels het exclusieve toetsingskader in de rechtspraak. Wel kunnen ze zich beroepen op jurisprudentie, bijvoorbeeld wanneer in het verleden in min of meer vergelijkbare gevallen door rechters geldende regels op een bepaalde wijze zijn geïnterpreteerd. Dat kan voor de wetgevende macht vervolgens aanleiding zijn vastgestelde regels te versoepelen dan wel te nader te specificeren.
Daarmee functioneert de rechtspraak als een orgaan dat bestaande regels als toetssteen dient te beschouwen. De rechtspraak bevestigt daarmee de eisen van perfectie die de basis vormen van bestaand beleid en houdt daarmee het eventuele illusoire karakter ervan in stand.
Tot slot
De spanning tussen ideologie en op een ideologie gebaseerde praktijken lijkt een relevante invalshoek om zicht te krijgen op het functioneren van gangbare systemen. Praktijken kunnen consequenties hebben die op gespannen voet staan met wat ze beogen. De filosofie van Kolakowski kan helpen de onderliggende aannames en vanzelfsprekendheden te expliciteren en zo inzicht te krijgen rond de vraag waarom streven naar het perfecte en volmaakte in zijn tegendeel kan verkeren. Hoe systemen juist door het streven naar perfectie totalitaire werking kunnen krijgen. En waarom we toch vasthouden aan gemankeerde praktijken.
Literatuur
Desmet, Mattias, De Psychologie van het totalitarisme, Pelckmans, Kalmthout, 2022
Du Bois Jo F, Leszek Kolakowski - een inconsequente atheist, in: Streven, Jaargang 31, 1977, p.291-293,
Kolakowski, Leszek, Illusions of Demythologisering, Van der Leeuwlezing, 1984, Groningen
Kolakowski, Leszek, Chrétiens sans Église: La conscience religieuse et le lien confessionnel au XVIIᵉ siècle, Edition Gallimard, 1987
Latour, Bruno en Serres, Michel, Conversations on Science, Culture and Time, University of Michigan Press, 1995
Schuyf, Jan P, Kolakowski's filosofie van de nar. Menselijk bestaan als groteske, in Streven, februari 1968, pp. 478-484.
Visscher, de, Jacques, Leszek Kolakowski (1927-2009), Streven, Jaargang 76, 2009, p. 1003-1013
Wagemans, Mathieu, Chaos als oplossing, een alternatief analysekader voor complexe vraagstukken, Civis Mundi Digitaal #146, mei 2024
Wagemans, Mathieu, Vervreemding tussen overheid en burger vanuit het perspectief van betekenisgeving, Deel 3: De overheid als producent van betekenisloosheid en chaos In relatie met de filosofie van Gilles Deleuze, in Civis Mundi Digitaal #160, juli 2025
Wagemans, Mathieu, Ombudswerk raadslid is noodzakelijk voor een kritische blik op het gemeentelijk beleid, Opiniebijdrage Dagblad de Limburger, 30 maart 2026
Wal, van der, G.A, De omkering van de wereld: achtergronden van de milieucrisis en het zinloosheidsbesefachtergronden van de milieucrisis en het zinloosheidsbesef, Ambo Uitgever, Baarn, 1996
****************************************
Ombudswerk raadslid is noodzakelijk voor een kritische blik op het gemeentelijk beleid
Opiniebijdrage de Limburger 30 maart 2026
Thieu Wagemans
Ook bij de recente gemeenteraadsverkiezingen bleek dat lokale partijen goed scoorden. Dat succes wordt vaak verklaard door erop te wijzen dat lokale partijen aan ombudswerk doen. Ze zouden daardoor meer en betere contacten hebben met burgers. Daar staat de kritiek tegenover van diegenen die stellen dat ombudswerk een kwestie is van cliëntelisme: men laat zich al te makkelijk voor karretjes spannen om zo burgers ter wille te zijn en hun sympathie te winnen. Dat kan haaks staan op het respecteren van geldende regels en bijgevolg de democratie kunnen ondermijnen.
Opkomst
Wat men daar ook van vindt, feit is dat het dramatisch is, wanneer bij verkiezingen voor de gemeenteraad blijkt dat amper de helft van de burgers de moeite neemt te gaan stemmen. Immers, juist op gemeentelijk niveau is de ontmoeting tussen overheid en burger het meest direct en concreet. Als reden voor de lage opkomst wordt vaak aangehaald dat burgers geen invloed hebben op de politiek en ook dat er sprake is van vervreemding tussen overheid en burger. Wat burgers bezighoudt, kan juridisch betekenisloos zijn. Men spreekt elkaars taal niet. Met als gevolg dat wat burgers bezighoudt voor overheidsdienaren betekenisloos is. Ook het omgekeerde geldt.
In de Franse filosofie zijn gedachten aan te treffen die betrekking hebben op ingrijpende veranderingen, om systeemveranderingen. Het helpt niet om regels en procedures iets te veranderen. In plaats van het bestaande systeem als uitgangspunt te nemen, moeten we ons juist verdiepen in de vraag waar het overheidssysteem ongevoelig voor is. Wat sluiten we buiten door de maatschappelijke werkelijkheid heel nauwkeurig te ordenen met uiterst gedetailleerde definities?
Chaos
Wat er niet in past, beschouwen we als chaos. Maar die chaos heeft ons een boodschap te vertellen. Sterker nog, ons beleidscomplex van regels is slechts houdbaar doordat we doof en blind zijn voor alles wat er niet in past. Anders gezegd, het buitengeslotene c.q. de chaos is de bestaansvoorwaarde voor onze ordeningen. De overheid is zo gaandeweg de gevangene van zichzelf geworden.
Het pleit ervoor dat politici zich niet enkel richten op de inhoud van overheidsbeleid, maar juist aandacht geven voor wat niet in het beleid past. Dat vraagt dat we buiten het juridisch denk- en redeneerkader treden en ons gaan interesseren voor wat burgers van betekenis vinden. Zie de landbouw waarin zeer gedetailleerde regels geheel voorbijgaan aan hoe ondernemers hun werk en bedrijf ervaren. Hoe bedrijfsbeëindiging door betrokkenen vaak als veel dieper wordt beleefd dan enkel als economisch probleem.
Slimheid
Het wezen van een systeem, zo zou je kunnen stellen, is niet wat het systeem omvat maar juist waar een systeem niet ontvankelijk voor is. Dat is een fundamentele omkering. Je moet de chaos onderzoeken om het overheidssysteem te begrijpen. Oog krijgen dus voor wat niet in het beleid past. Het zijn juist de burgers die op dat terrein waardevolle informatie hebben. Dat vraagt van raadsleden een breder perspectief dan enkel kennis van formele definities en juridische redeneerlijnen. Hoe bijvoorbeeld burgers onrecht kunnen ervaren, juist omdat regels worden gevolgd. Hoe rechtvaardigheid als basiswaarde een kwestie is geworden van juridische slimheid en handigheid, van vaardigheid in het recht.
Kritisch
Juist in het ombudswerk ontmoet je de burger met zijn opvattingen, verlangens en problemen. Dat kan vervolgens opstap zijn voor raadsleden om kritisch naar het gemeentelijk beleid te kijken. Hoe kunnen we de overheid ontvankelijk maken voor wat burgers bezighoudt? Dat is overigens allerminst een kwestie van “U vraagt, wij draaien”. Het kan ook inhouden dat je burgers in begrijpelijke taal uitlegt waarom plannen ongewenst zijn. Het is een pleidooi om als raadslid inhoud te geven aan je wettelijk vastgelegde functie van volksvertegenwoordiger. Dat vraagt een kritische houding van raadsleden, ongeacht of je partij deel uitmaakt van de coalitie of van de oppositie. De noodzakelijke vernieuwing kan nergens beter beginnen dan op gemeentelijk niveau.
Thieu Wagemans is oud-raadslid in Leudal en voormalig wethouder in Heythuysen voor een lokale partij
De verleiding van orde en de boodschap van chaos; een systeemkritiek op overheidsbeleid
Lezing Filosofiecafe Wageningen, 14 december 2025
Structuur
Structuur van het verhaal.
Filosofisch perspectief.
Inhoudelijk staat het perspectief van de overheid centraal.
Stand van zaken
Consequenties.
Verdiepende analyse
Wat is nodig voor verandering.
Hoe realiseer je die verandering.
Betekenisgeving
Casus verkeerssituatie
Waarnemen en betekenis geven vallen samen. Vaak onbewust
Constructivisme
Wat we voor werkelijk houden is afbeelding van de werkelijkheid (Kant)
We houden die afbeelding voor werkelijk
Iedere analyse vindt plaats vanuit een perspectief.
Voor wat volgt is gekozen voor het perspectief van het constructivisme.
Dat houdt in dat we betekenis toekennen aan de werkelijkheid. We vormen ons afbeeldingen van de werkelijkheid.
Wat we werkelijkheid noemen, is altijd een constructie van de werkelijkheid, een afbeelding.
We realiseren ons dat doorgaans niet. Waarneming en betekenisverlening vallen samen.
Kant: werkelijkheid zoals die is kunnen we niet kennen. We vormen er ons een afbeelding van. Zie categorieën van het verstand.
Het is een ruimtelijk beeld.
- De werkelijkheid bestaat uit afbeeldingen
- Ruimtelijk; afbeeldingen als elementen
- Elementen hebben inhoudelijke en energetische component
- Veranderlijk, zowel als element als in relatie tot andere elementen
- Gaan soms verbindingen aan, kunnen ook weer verzelfsatandigen
- Chaotisch beeld
Energetisch beeld
- Veel of weinig energie
- Veel of weinig werking
- Werking kan sterker worden
- Desmet: massavorming, totalitair
- Afbeeldingen kunnen ook uitdoven
Stand van zaken overheidsbeleid
We zijn vastgelopen
Juridische toets vaak hinderpaal
Vernieuwing loopt vaak vast
Steeds meer regels en procedures
Hoge transactiekosten
Verantwoording verzandt in bureaucratie
Kenmerken overheidsperspectief
Gedetailleerd
Statisch
Eenduidig
Consistent
Consequenties
Manipulatie
Het beleidskader loopt vol
Detaillering; het beeld versmalt
We lopen steeds verder vast
We bestrijden symptomen
Tafelschikking kwaliteit eten wordt niet beter door tafelschikking te veranderen
We reproduceren in plaats van innoveren
Hardnekkige problemen worden vaak georganiseerd in stand gehouden (landbouw versus natuur)
We hebben de problemen beter georganiseerd dan de oplossingen
Het overheidssysteem is niet zelfcorrigerend maar zelfbevestigend
Rechtspraak moet toetsen aan geldend beleid en werkt dus bevestigend
Orde en chaos
Definities maken onderscheid tussen wat de definitie omvat en wat er buiten valt.
Definities zijn daarmee bron van chaos
Geen orde zonder chaos en ook het omgekeerde geldt
Door beleid vast te stellen creëren we chaos. Chaos is bestaansvoorwaarde
Complementair, onverbrekelijk verbonden
Overheidsbeleid is bron van buitensluiting
Het betekenisloze
Is betekenisloos voor de overheid
Maakt het overheidssysteem mogelijk
Identiteit (Paul Verhaeghe)
De omgekeerde wereld: het buitengeslotene kenmerkt het beleidssysteem
Het buitengeslotene protesteert en roert zich. Het heeft een boodschap (Michel Serres)
De zucht naar perfectie
We plooien de werkelijkheid naar onze ambities en verlangens
We creëren een afbeelding van de werkelijkheid die ons in staat stelt het verlangen naar perfectie overeind te houden
We koesteren liever illusies dan de werkelijkheid onder ogen te zien; schijnwerkelijkheid
Om de werkelijkheid te veranderen, moet de werkelijkheid zich eerst aanpassen aan onze verlangens
Perfectioneren vergroot imperfecties; ontvankelijkheid neemt af
Spanning tussen juridische perfectie en maatschappelijke relevantie
Het gebied "entre"
Systemen als eilanden
Aangeharkt en geordend
Het echte leven treffen we aan in de oceaan; expedities
Water is de bestaansvoorwaarde voor de eilanden
Dijken beschermen verstarde systemen
Dijkversterking vergroot verstarring
Deleuze: deterritorialiseren
De systemen zijn lek
Deleuze: het maatschappelijke is een gas
Hoe perfecter het gebouw, des te groter zijn de lekkages
Vluchtwegen: belastingheffing
Dichten van lekkages lost niets op maar verhoogt juist de interne druk
Onvermogen wordt niet betekend
Het onmetelijke wordt meetbaar
Conclusies
Het beleidsdomein is volgelopen en lekt
Het wordt van binnenuit uitgehold en ondergraven
We ordenen verschillen weg. We onderzoeken ze niet. Harmonisatie verdringt differentiatie
We persen een dynamische en veelkleurige samenleving in een statisch en eenduidig korset
Overheid is niet meer ontvankelijk voor maatschappelijke opgaven
Ruimtelijk: overheid als zwart gat
Stellingen
Het streven naar perfectie zit ons in de weg
Dat streven leidt tot een schijnvoorstelling (Jean Baudrillard) en tot schijngevechten
We persen maatschappelijke vraagstukken in een statisch en juridisch korset
Niet de wereld is ingewikkeld, maar ons voorstellingsvermogen is te eenvoudig
We koesteren liever illusies i.p.v. de werkelijkheid serieus te nemeniujf stelingen
Het streven naar perfectie zit ons in de weg
Dat streven leidt tot een schijnvoorstelling (Jean Baudrillard) en tot schijngevechten
We persen maatschappelijke vraagstukken in een statisch en juridisch korset
Niet de wereld is ingewikkeld, maar ons voorstellingsvermogen is te eenvoudig
We koesteren liever illusies i.p.v. de werkelijkheid serieus te nemen
Wetenschap
Hypothetisch-deductief model; hypothese als bron van buitensluiting
De kenbare en maakbare werkelijkheid
We moeten niet denken over de werkelijkheid maar ons eigen denken kritisch beschouwen. Kritisch denken over ons denken. (Deleuze) Onze redeneerlijnen kritisch beschouwen.
We moeten ons realiseren dat causaliteiten altijd veronderstelde en geconstrueerde causaliteiten zijn. Wetenschappelijke kennis blijft veronderstelde kennis.
De drang naar inzicht en ordening kan zo groot zijn dat we de werkelijkheid dwingen in lineaire kaders.
We hebben nieuwe concepten nodig i.p.v. enkel meer gedetailleerde kennis over lineaire relaties.
Universum kent geen meters, kilo’s of graden C (Chatelion Counet)
Universum is niet geinteresseerd in zijn eigen meetbaarheid
Nodig is het buitengeslotene verkennen
Transdisciplinair: het niet-betekende
Herwaardering ervaringskennis
Het subjectieve: voelen, smaak, het schone, het muzikale (Les cinq sens, Serres)
Systemen verbinden
Maak jouw eigen website met JouwWeb