Het ideale en volmaakte is niet realiseerbaar, Hoe systemen juist door het streven naar perfectie totalitaire werking kan krijgen
De Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski over politiek en overheidsbeleid
(gepubliceerd in het aprilnummer (nr. 169) van Civis Mundi)
Mathieu Wagemans (www.ontganiseren.nl)
Inleiding
Hoewel we over alsmaar meer kennis en technologie beschikken, heeft de ervaring ons de afgelopen decennia geleerd dat we met complexe vraagstukken te maken hebben waar we maar moeilijk vat op krijgen. Denk aan het functioneren van de overheid waarbij oplossingen alsmaar vaker op problemen van juridische aard stuiten. Wat maatschappelijk relevant is, blijkt regelmatig niet uitvoerbaar te zijn, omdat regels zich daartegen verzetten. Ook de wijze waarop we zijn georganiseerd kan een stevige hinderpaal vormen. Gevestigde belangenstructuren verhinderen noodzakelijke ingrepen of zorgen voor langdurige vertraging. We zijn georganiseerd rond tegenstellingen. Gezamenlijkheid ontbreekt om tot ingrijpende vernieuwingen te komen. Gevolg is dat inspirerende voorstellen voor vernieuwing, vaak na lang en intensief overleg, uitmonden in compromissen die de basisproblemen onaangeroerd laten.
De duurzaamheidsproblematiek is een voorbeeld dat illustreert dat er weliswaar op onderdelen vooruitgang wordt geboekt, maar de grote omslag die nodig is blijft uit. Velen hebben belang bij handhaving van bestaande praktijken. Telkens blijkt dat afspraken die op internationale milieuconferenties worden gemaakt, onvoldoende worden nagekomen. De wereld blijkt minder maakbaar dan we graag zouden willen.
Kolakowski
De filosofie van de Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski bevat interessante gedachten met betrekking tot systeemveranderingen. Oorspronkelijk toonde hij zich in zijn vaderland Polen enthousiast aanhanger van het marxisme. De idealen van gelijkheid en solidariteit spraken hem aan. Maar een verblijf in de toenmalige Sovjet-Unie bracht zijn overtuigingen aan het wankelen. Hoe kon een aansprekende ideologie uitmonden in onderdrukking en Goelag-kampen? Die vraag leidde uiteindelijk tot een uitvoerige en diepgravende studie en analyse van het ontstaan, het functioneren en de uitholling van het marxisme. In zijn latere werk heeft hij zijn visie verder uitgewerkt en uitgediept, waardoor die in een veel breder verband betekenis heeft gekregen.
Enkele belangrijke elementen van zijn filosofie komen onderstaand aan bod, omdat ze naar mijn opvatting tot verdiepende vraagstellingen leiden en van betekenis kunnen zijn bij het realiseren van systeemveranderingen. Elementen uit de filosofie van Kolakowski worden hier vrij geïnterpreteerd. Als toepassingsgebied kiezen we het functioneren van het beleidssysteem van de overheid.
Het functioneren van de overheid
De vraag hoe de overheid functioneert is in brede kring actueel. Talrijk zijn de ervaringen die in de ogen van burgers illustreren hoe bureaucratisch en ambtelijk de overheid werkt. Men wijst dan op een overdaad aan regels, soms met betrekking tot volstrekt irrelevant zaken, terwijl de tegelijkertijd belangrijke problemen niet of onvoldoende worden aangepakt. Of zie het onderscheid tussen systeemwereld en leefwereld dat door de recent overleden Duitse filosoof Jürgen Habermas werd geïntroduceerd. Overheid en burgers spreken een eigen taal. Wat betekenisvol is voor burgers, kan betekenisloos zijn voor de overheid. Het omgekeerde geldt ook. Er is sprake van een onderling afwijkend betekeniskader. Dat verschil kan worden opgevat als de oorzaak van de vervreemding tussen overheid en burger.
Het betekeniskader van de overheid is vastgelegd in wetten en daarvan afgeleide verordeningen en andere regelstructuren. Daarin wordt met veel gevoel voor detail gedefinieerd wat de overheid verstaat onder een bouwwerk, belastbare inkomsten, strafbare feiten, agrarisch, verkeersveiligheid of een onderneming. Dat wereldbeeld van de overheid is uiterst omvangrijk en gedetailleerd. Desondanks is ook bepaald dat iedere burger geacht wordt de wet te kennen. Dat vermogen is velen met mij niet gegeven. Maar het is een sluitstuk op een systeem om zo te voorkomen dat onbekendheid met regels iemand vrijwaart bij overtreding ervan.
In beleidsstukken is verder vastgelegd hoe de samenleving eruit dient te zien. De overheid heeft de opdracht de maatschappelijke werkelijkheid bij te sturen in de gewenste richting en stelt daartoe doelen op. We dichten de overheid de kennis en kunde toe de maatschappij te veranderen zodat die overeenkomt met onze idealen en wensen. Ook speelt mee dat we hoge eisen stellen aan hoe de overheid moet functioneren. We hebben beginselen van behoorlijk bestuur die moeten worden gerespecteerd op straffe van vernietiging van genomen besluiten. We leggen de lat hoog voor overheidsinstanties. Wie zich niet kan vinden in overheidsbesluiten, beschikt over ruime mogelijkheden op het terrein van rechtsbescherming, wat vervolgens vaak leidt tot ingewikkelde langdurige procedures die aanzienlijke vertraging kunnen opleveren.
De visie van Kolakowski op idealen
Een belangrijk element in de filosofie van Kolakowski betreft ons verlangen de werkelijkheid in overeenstemming te brengen met wat wij idealiter willen. Hij toont zich buitengewoon kritisch over dat streven. Sterker nog, hij onderbouwt de stelling dat dit verlangen naar het ideale gemakkelijk oorzaak kan worden van totalitarisme. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan ons verlangen de ideale maatschappij te realiseren. Zijn studie van en ervaringen met het marxisme breidde hij later uit tot een kritische houding ten opzichte van ideologieën en systemen in het algemeen.
Ideologieën
Dat brengt hem tot een uiterst kritische houding ten opzichte van ideologieën. Hij verzette zich tegen de illusie dat we tot perfectie in staat zouden zijn. Hij had oog en oor voor de gebreken. Ideologieën krijgen een legitimerende functie met betrekking tot de wijze waarop we trachten de werkelijkheid in overeenstemming te brengen met ideologisch gefundeerde beelden van de werkelijkheid.
Zijn uitgangspunt is dat we weliswaar het ideale kunnen nastreven, maar dat het niet bereikbaar is. De mens heeft zijn beperkingen. Er is sprake van een fundamenteel onvermogen. Het verlangen naar het ideale is zo sterk dat het onvermogen een ideale werkelijkheid te realiseren erdoor wordt overstemd. Het ideale krijgt zo absolute betekenis als rechtvaardigheidsgrond voor praktijken die pretenderen realisering van het ideale dichterbij te brengen. Het doel heiligt de middelen. Er is geen ruimte voor kritiek. Ook de ideologie zelf verheft zich boven kritiek. Een ideologie rechtvaardigt zichzelf.
Nar
In een cultuur waarin het absolute regeert is er geen ruimte voor kritiek. Volgzaamheid is voorgeschreven. Kritiek betekent het risico te worden verstoten. Je wordt buiten het systeem gedrongen c.q. gedwongen. Kolakowski heeft dat zelf ervaren. Zijn kritiek op het marxisme c.q. communisme vanwege het totalitaire karakter leidde onder het bewind van Gomulka tot zijn verbanning uit Polen. Daarbij speelde waarschijnlijk mee dat hij zijn kritiek scherp, bijtend en sarcastisch verwoordde.
Hij voerde de figuur van de nar op die de ruimte had om te benoemen wat niet gezegd mocht worden. (Schuyt, 1967) De nar geeft stem aan wat door het regime in een absolutistisch systeem niet mag worden geuit. De nar bevindt zich binnen het dominante systeem maar mag straffeloos kritiek uiten, enkel en alleen omdat hij als nar niet serieus hoeft te worden genomen en dus niet als bedreigend wordt ervaren. Het is slechts de nar die spreekt. Dat ligt anders bij klokkenluiders binnen het huidige overheidssysteem die ondanks beschermende maatregelen vaak forse drempels moeten overwinnen om ernstige gebreken onder de aandacht te brengen en stem te geven aan wat iedereen weet maar moet worden verzwegen. Een kritische houding staat haaks op een cultuur waarin zelfbevestiging een leidend automatisme is.
Het mensbeeld bij Kolakowski
Kolakowski neemt afstand van het beeld dat de mens in staat is de werkelijkheid in overeenstemming te brengen met onze idealen. In plaats daarvan moeten we leren leven met het onhaalbare. De volledige realisering van onze idealen is de mens niet gegeven. Of nog pregnanter geformuleerd: juist leven met het onhaalbare zou je als het wezen van het leven zelf kunnen duiden. Existentie is besef van eindigheid. Leven als fase tussen geboorte en dood. De opgave is niet de eindigheid op te heffen en te vervangen door zekerheid, maar de onzekerheid te blijven accepteren en respecteren in plaats van de pretentie te hebben die voorbij te komen. Daaruit vloeit een buitengewoon kritische houding voort met betrekking tot willekeurig welk systeem dat absoluutheid claimt.
Twijfel
Dat fundamenteel onderkennen en erkennen van het onhaalbare is niet populair. De Verlichting had immers als strekking dat we ons los konden en moesten maken van de dominante wereldlijke en kerkelijke structuren. De mens diende zich in een onafhankelijke positie te plaatsen ten opzichte van de werkelijkheid. De wereld was kenbaar en maakbaar. Het benadrukken van onvermogen staat haaks op die houding. Dan vallen zekerheden weg en moet er ruimte zijn voor twijfel. In een totalitair systeem is die ruimte niet aanwezig. De macht is vanzelfsprekend. Twijfelen aan kennis en wijsheid van de leiding is niet toegestaan.
Kolakowski neemt afstand van deze benadering. Hij verzet zich tegen deterministisch denken en de onderliggende claim dat we langs die weg de werkelijkheid uitputtend kunnen leren kennen. Dat werkt beperkend voor de ruimte voor het menselijk denken en de waardigheid van de mens. De mens wordt dan ondergeschikt aan conclusies die als vaststaand worden beschouwd. Kennis krijgt absolute en dirigistische werking. (Du Bois, 1977)
Redeneerlijnen
Kolakowski besteedt veel aandacht aan wat je redeneerlijnen zou kunnen noemen. Er is sprake van een logica die in staat is zekere verbanden te leggen. Het veronderstellend karakter ervan is misplaatste kritiek en wordt als gezagsondermijnend beschouwd. De werkelijkheid wordt opgevat als een geheel van samenhangende verbanden. De uitdaging is die verbanden op te sporen. Dat vraagt strakke denkpatronen om zo tot onweerlegbare conclusies te komen. Wordt een verondersteld verband door onderzoek bevestigd? Er wordt een deken van afhankelijkheden over de werkelijkheid gelegd.
Neem, ter illustratie, het hypothetisch-deductief model in wetenschappelijk onderzoek. Door een hypothese op te stellen met behulp van aannames en definities wordt een beeld van de werkelijkheid geconstrueerd dat eenduidig is. Meerduidigheid wordt buitengesloten. Wanneer vervolgens de geformuleerde hypothese wordt bevestigd, concluderen we dat er sprake is van zekere kennis. Echter, die kennis heeft slechts betekenis binnen de in de hypothese geformuleerde en gemankeerde afbeelding van de werkelijkheid.
De buitensluitende werking van ideologieën
We stelden dat ideologieën een sterke associatie hebben met absolute en volledige perfectie. Die pretentie heeft als gevolg dat er geen ruimte meer is voor kritiek en dat die niet is toegestaan. Daarmee hebben ideologieën buitensluitende werking. Alles wat in strijd is met een ideologie, is betekenisloos en dient dat ook te blijven. Het wordt vijandig tegemoet getreden. De werkelijkheid wordt verengd tot wat in overeenstemming is met de geldende ideologie. Er is sprake van een strak geordend beeld van de werkelijkheid. Wat daar niet in past heeft, bestaat niet en heeft ook geen bestaansrecht.
Er is sprake van een sterke scheiding tussen orde en chaos. Regels en daarin opgenomen definities zijn strak en gedetailleerd. Ze maken een scherp onderscheid tussen wat is toegestaan c.q. voorgeschreven en wat niet in het dominante betekeniskader valt.
Chaos is de bestaansvoorwaarde voor de orde
Dat onderscheid tussen orde en chaos vraagt nadere aandacht. We gaan er doorgaans van uit, dat we door een strak uitgewerkt onderscheid de werkelijkheid die niet in het dominante betekeniskader past, definitief kunnen buitensluiten als niet-bestaand. De Franse filosoof Michel Serres stelt echter dat de werkelijkheid zich niet passief laat buitensluiten. Het buitengeslotene heeft werking en laat zich niet definitief weg ordenen en ontdoen van betekenis. Serres vergelijkt onze systemen c.q. ordeningen met eilanden in de oceaan. (Latour, 1995) Op de eilanden hebben we alles uitputtend geordend, maar het echte leven, zo stelt Serres, speelt zich af op de oceaan. Hij pleit ervoor om expedities te ondernemen om zo het leven op de oceaan te leren kennen. De oceaan stelt ons in staat in de spiegel te kijken en inzicht te krijgen in hoe we op onze eilanden functioneren.
Je zou nog een stap verder kunnen gaan en stellen dat juist wat wordt buitengesloten door een systeem kan worden beschouwd als wezenskenmerk van een systeem. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. De benadering is dan dat de ordening slechts kan bestaan dankzij het feit dat we alles buitensluiten wat niet in de ordening past. Anders gezegd, de ordening dankt het bestaansrecht aan het buitengeslotene. Zo beschouwd is de chaos, het buitengeslotene, bestaansvoorwaarde voor een ordening of systeem. Om het systeem te begrijpen moeten we inzicht krijgen in wat door een systeem wordt buitengeslotene. Door de chaos te onderzoeken kunnen we de ordening begrijpen. Orde en chaos zijn complementair.
Onderzoek van systemen
Dat wijkt nogal af van bestaande onderzoekpraktijken. De neiging is doorgaans dat als ons wordt gevraagd een systeem te beschrijven, we de aandacht richten op de inhoud van een systeem of ordening. We beschrijven dan het overheidsdomein door een onderscheid te maken tussen landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. We geven aandacht aan de toedeling van bevoegdheden en aan de procedures die gelden om tot wetgeving te komen. We schetsen het onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht en we wijzen op de beginselen van behoorlijk bestuur en de mogelijkheden op het vlak van rechtsbescherming.
In plaats daarvan zouden we als invalshoek de vraag kunnen stellen waar de overheid niet ontvankelijk voor is. Wat kan niet worden gethematiseerd binnen het formele betekeniskader van de overheid? Wat zijn de dominante redeneerlijnen binnen het overheidsdomein en wat zijn de krachten die buitensluitende werking hebben?
Onderscheid tussen ideologie en praktijk
Zoals aangegeven richtte de aandacht van Kolakowski zich aanvankelijk vooral op de spanning tussen de ideologie van het marxisme en de wijze waarop die ideologie werd omgezet in praktijken. Dat onderscheid werkte hij later uit naar verschillende andere domeinen. Veel belangstelling ging uit naar de spanning tussen religie en de institutionele kaders binnen een religie. Van huis uit katholiek toonde hij zich uiterst kritisch over hoe de katholieke kerk functioneerde.
De spanning tussen religie en systeem
Kolakowski werkte zijn filosofie uit op het terrein van religies en de betekenis ervan. Het gaat dan om onderscheid tussen enerzijds het geloof en anderzijds het kerkelijke systeem. Hij uitte scherpe kritiek op het functioneren van de katholieke kerk. Hij is ondanks zijn kritiek op de katholieke kerk zichzelf als religieus blijven beschouwen. Hij maakt een sterk onderscheid tussen geloof en de institutionalisering ervan. Als gelovige neemt hij afstand van de wijze waarop het katholieke geloof vorm en inhoud heeft gekregen in decreten, organisaties, bevoegdheden, regels enz. Die kritiek heeft hij ook verwoord in gesprekken met zijn landgenoot Paus Johannes Pauls II. Maar het onderscheid tussen geloof en kerkelijke organisatie bracht hem tot de overtuiging dat de kerk weliswaar gebrekkig kon functioneren maar dat daarmee het geloof niet overbodig was geworden.
Treffend is Kolakowski wel geportretteerd als een gelovige zonder kerk, un christien sans église. Die typering voert terug op een studie van Kolakowski over de invloed van de secularisatie op de beleving en betekenis van religies in de zeventiende eeuw. Hij herkende zich erin. Hij voelde zich religieus, maar nam afstand van de katholieke kerk als instituut met zijn decreten, prelaten, heiligverklaringen, concilies, protocollen, rechtspraak enz.
Overigens hebben de ontwikkelingen binnen de katholieke kerk in de laatste decennia geleid tot een omkering in de verhouding tussen gelovigen en de kerk als instituut. Zo is er vanaf de zestiger jaren binnen de katholieke kerk sprake geweest van een zodanig omvangrijke ontkerkelijking, dat we nu eerder kunnen spreken van églises sans christiens (kerken zonder christenen) dan van christenen zonder kerk.
Wereldbeeld
Dat Kolakowski ondanks zijn kritiek op de kerk als geïnstitutionaliseerd systeem religieus is gebleven, heeft te maken met zijn wereldbeeld. Hij toonde zich kritisch over de wijze waarop het gedachtegoed van de Verlichting inhoud had gekregen. Zijn overtuiging was dat de reductie van de werkelijkheid tot een tot een rationeel-instrumenteel geheel onvolledig en gebrekkig was.
Mythen zijn nodig om het leven en de werkelijkheid in zijn essenties te omvatten en te verbeelden. (Kolakowski, 1984) Zie ook de studie van Desmet (2022) die vanuit de psychologie de ontstaansgeschiedenis van totalitaire systemen beschrijft. Hoe bijvoorbeeld het wetenschappelijk systeem totalitaire kenmerken heeft gekregen door verabsolutering van het rationeel en instrumenteel denken met buitensluiting van al het andere. Vergelijkbare gedachten treffen we aan bij Van der Wal (1996).
Dat onderscheid tussen enerzijds een ideologie en anderzijds de concrete uitwerking en vormgeving ervan kan gemakkelijk worden verbreed. Het gaat dan om de transformatie van ideologieën c.q. idealen naar systemen en praktijken met specifiek aandacht voor de vraag hoe die transformatie kan leiden tot praktijken die op gespannen voet staan met de ideologie waar ze oorspronkelijk op zijn gebaseerd. We sluiten af met enkele verwijzingen naar een drietal terreinen, te weten de politiek, het overheidsbestuur en de rechtspraak.
Ideaal en praktijk in het politieke domein
Politieke partijen kunnen worden opgevat als instrumenten om de maatschappelijke werkelijkheid in een land of gemeente te plooien naar ideologische beginselen en waarden. Het politieke denken en handelen heeft in veel gevallen een ideologische basis. Men kiest voor het liberalisme of het socialisme. Ook hier geldt dat de vertaling van ideologie naar eenduidig denken en handelen nog niet zo eenvoudig is. Politici worden in de praktijk voortdurend geconfronteerd met onderling uiteenlopende en strijdige situaties en opvattingen.
Er moeten keuzes worden gemaakt. Dat vereist telkens weer interpretatie, zowel van ideologische beginselen als van praktijksituaties. Hoe consequent moet een ideologie worden geïnterpreteerd? Dat kan nogal uiteenlopen. Gevestigde belangen kunnen bijvoorbeeld grond zijn om beginselen niet letterlijk te nemen maar nuances toe te staan. Dat vraagt niet zelden creativiteit om bijvoorbeeld uitzonderingen te onderbouwen. Men kan bijvoorbeeld vanuit het liberalisme buitengewoon terughoudend zijn om in te grijpen in de persoonlijke levenssfeer, maar niettemin ervoor kiezen dat het opsporen en voorkomen van criminaliteit noodzakelijk is en inbreuken in de privacy rechtvaardigen.
Politieke partijen vormen belangrijke instituties binnen het politieke domein. Daarmee vormen ze een belangrijk element met betrekking tot het functioneren van de politiek. De zucht naar partijpolitieke profilering kan zo intens zijn dat politiek het karakter kan krijgen van partijpolitiek. Hoe kan ik mij onderscheiden ten opzichte van andere partijen? Kan ik mijn partij positief onderscheiden ten opzichte van andere partijen door te wijzen op inconsequente standpuntbepaling bij andere partijen.
Bovendien vraagt een politieke partij om interne institutionalisering. Hoe dient de besluitvorming te verlopen met betrekking tot het partijprogramma of de samenstelling van de kandidatenlijst? Hoewel het streven kan zijn om dergelijke besluiten zoveel en zo sterk mogelijk te baseren op ideologische beginselen, kan de uitkomst een nogal gevarieerd beeld geven. Partijen brengen een eigen belangenstructuur mee. Ook als die tot minder verheffende praktijken leidt, is de energie erop gericht om eensgezindheid uit te stralen. Dat komt sterk naar voren wanneer er sprake is van onderling tegenstrijdige posities. Kortom, ook intern kunnen gemakkelijk situaties ontstaan en gebeurtenissen plaatsvinden die men graag aan het oog onttrekt of zodanig bijkleurt dat het beeld van integriteit overeind kan blijven. Kortom, de instrumenten die tot doel hebben een ideologie via praktisch handelen in praktijk te brengen, kunnen diezelfde ideologie geweld aandoen. Het middel holt het doel uit.
Ideaal en praktijk in het domein van de uitvoerende macht
De idealen die we koesteren hebben ook betrekking op het functioneren van de overheid. Overheidsoptreden moet perfect zijn. Daartoe hebben we in de Grondwet en daarvan afgeleide wettelijke bepalingen de eisen vastgelegd waar overheidsoptreden aan moet voldoen. Zie de beginselen va behoorlijk bestuur zoals het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het motiveringsbeginsel. Burgers moeten op gelijke wijze worden behandeld. De overheid dient toezeggingen na te komen. Ook dient de overheid besluiten deugdelijk en transparant te onderbouwen. Overheidsbesluiten dienen ook consistent te zijn met andere besluiten. Die beginselen van behoorlijk bestuur kunnen in gezamenlijkheid worden opgevat als het ideaal dat door de overheid moet worden nagestreefd.
Resultaat is een complex geheel van inhoudelijke en procedurele regels voor de praktijk van het overheidshandelen. Overheidshandelen moet perfect zijn. We dwingen de veelkleurige werkelijkheid in een eenduidig juridisch kader dat ons in staat stelt tot perfectie. We verminken als het ware de praktijk door ons een eenduidig beeld te vormen van de werkelijkheid. Het geheel van definities kan worden opgevat als een betekeniskader dat binnen het perspectief van de overheid als absoluut en exclusief geldend wordt beschouwd. Wat construeren een zodanige afbeelding van de werkelijkheid dat ons in staat stelt het beeld overeind te houden dat de overheid perfect handelt. Dat is weliswaar een illusie maar liever blijven we die illusie overeind houden dan de ogen te openen voor al datgene wat we hebben buitengesloten en waar we bijgevolg geen oog voor hoeven te hebben.
Ideaal en praktijk in het domein van de rechtspraak
Natuurlijk hebben wetten en daarvan afgeleide regels slechts zin wanneer er wordt toegezien op de naleving ervan. Dat is binnen ons overheidssysteem onder meer gegarandeerd door het beginsel van de scheiding van de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Dat garandeert een onafhankelijke opstelling van de rechterlijke macht. Zoals de uitvoerende macht niet losjes met de regels mag omgaan, is het rechters niet toegestaan regels naar believen aan te passen of nieuwe regels op te stellen. Rechters zijn gehouden slechts te toetsen aan geldende regels.
De rechtspraak komt aan ideologische overweggingen slechts zijdelings toe. Dat is het geval wanneer rechters om tot helderheid te krijgen over de bedoelingen van regels de ontstaansgeschiedenis erbij halen. Welke overwegingen hebben bij de vaststelling van regels een rol gespeeld? Voor het overige zijn eenmaal vastgestelde regels het exclusieve toetsingskader in de rechtspraak. Wel kunnen ze zich beroepen op jurisprudentie, bijvoorbeeld wanneer in het verleden in min of meer vergelijkbare gevallen door rechters geldende regels op een bepaalde wijze zijn geïnterpreteerd. Dat kan voor de wetgevende macht vervolgens aanleiding zijn vastgestelde regels te versoepelen dan wel te nader te specificeren.
Daarmee functioneert de rechtspraak als een orgaan dat bestaande regels als toetssteen dient te beschouwen. De rechtspraak bevestigt daarmee de eisen van perfectie die de basis vormen van bestaand beleid en houdt daarmee het eventuele illusoire karakter ervan in stand.
Tot slot
De spanning tussen ideologie en op een ideologie gebaseerde praktijken lijkt een relevante invalshoek om zicht te krijgen op het functioneren van gangbare systemen. Praktijken kunnen consequenties hebben die op gespannen voet staan met wat ze beogen. De filosofie van Kolakowski kan helpen de onderliggende aannames en vanzelfsprekendheden te expliciteren en zo inzicht te krijgen rond de vraag waarom streven naar het perfecte en volmaakte in zijn tegendeel kan verkeren. Hoe systemen juist door het streven naar perfectie totalitaire werking kunnen krijgen. En waarom we toch vasthouden aan gemankeerde praktijken.
Literatuur
Desmet, Mattias, De Psychologie van het totalitarisme, Pelckmans, Kalmthout, 2022
Du Bois Jo F, Leszek Kolakowski - een inconsequente atheist, in: Streven, Jaargang 31, 1977, p.291-293,
Kolakowski, Leszek, Illusions of Demythologisering, Van der Leeuwlezing, 1984, Groningen
Kolakowski, Leszek, Chrétiens sans Église: La conscience religieuse et le lien confessionnel au XVIIᵉ siècle, Edition Gallimard, 1987
Latour, Bruno en Serres, Michel, Conversations on Science, Culture and Time, University of Michigan Press, 1995
Schuyf, Jan P, Kolakowski's filosofie van de nar. Menselijk bestaan als groteske, in Streven, februari 1968, pp. 478-484.
Visscher, de, Jacques, Leszek Kolakowski (1927-2009), Streven, Jaargang 76, 2009, p. 1003-1013
Wagemans, Mathieu, Chaos als oplossing, een alternatief analysekader voor complexe vraagstukken, Civis Mundi Digitaal #146, mei 2024
Wagemans, Mathieu, Vervreemding tussen overheid en burger vanuit het perspectief van betekenisgeving, Deel 3: De overheid als producent van betekenisloosheid en chaos In relatie met de filosofie van Gilles Deleuze, in Civis Mundi Digitaal #160, juli 2025
Wagemans, Mathieu, Ombudswerk raadslid is noodzakelijk voor een kritische blik op het gemeentelijk beleid, Opiniebijdrage Dagblad de Limburger, 30 maart 2026
Wal, van der, G.A, De omkering van de wereld: achtergronden van de milieucrisis en het zinloosheidsbesefachtergronden van de milieucrisis en het zinloosheidsbesef, Ambo Uitgever, Baarn, 1996
****************************************
Ombudswerk raadslid is noodzakelijk voor een kritische blik op het gemeentelijk beleid
Opiniebijdrage de Limburger 30 maart 2026
Thieu Wagemans
Ook bij de recente gemeenteraadsverkiezingen bleek dat lokale partijen goed scoorden. Dat succes wordt vaak verklaard door erop te wijzen dat lokale partijen aan ombudswerk doen. Ze zouden daardoor meer en betere contacten hebben met burgers. Daar staat de kritiek tegenover van diegenen die stellen dat ombudswerk een kwestie is van cliëntelisme: men laat zich al te makkelijk voor karretjes spannen om zo burgers ter wille te zijn en hun sympathie te winnen. Dat kan haaks staan op het respecteren van geldende regels en bijgevolg de democratie kunnen ondermijnen.
Opkomst
Wat men daar ook van vindt, feit is dat het dramatisch is, wanneer bij verkiezingen voor de gemeenteraad blijkt dat amper de helft van de burgers de moeite neemt te gaan stemmen. Immers, juist op gemeentelijk niveau is de ontmoeting tussen overheid en burger het meest direct en concreet. Als reden voor de lage opkomst wordt vaak aangehaald dat burgers geen invloed hebben op de politiek en ook dat er sprake is van vervreemding tussen overheid en burger. Wat burgers bezighoudt, kan juridisch betekenisloos zijn. Men spreekt elkaars taal niet. Met als gevolg dat wat burgers bezighoudt voor overheidsdienaren betekenisloos is. Ook het omgekeerde geldt.
In de Franse filosofie zijn gedachten aan te treffen die betrekking hebben op ingrijpende veranderingen, om systeemveranderingen. Het helpt niet om regels en procedures iets te veranderen. In plaats van het bestaande systeem als uitgangspunt te nemen, moeten we ons juist verdiepen in de vraag waar het overheidssysteem ongevoelig voor is. Wat sluiten we buiten door de maatschappelijke werkelijkheid heel nauwkeurig te ordenen met uiterst gedetailleerde definities?
Chaos
Wat er niet in past, beschouwen we als chaos. Maar die chaos heeft ons een boodschap te vertellen. Sterker nog, ons beleidscomplex van regels is slechts houdbaar doordat we doof en blind zijn voor alles wat er niet in past. Anders gezegd, het buitengeslotene c.q. de chaos is de bestaansvoorwaarde voor onze ordeningen. De overheid is zo gaandeweg de gevangene van zichzelf geworden.
Het pleit ervoor dat politici zich niet enkel richten op de inhoud van overheidsbeleid, maar juist aandacht geven voor wat niet in het beleid past. Dat vraagt dat we buiten het juridisch denk- en redeneerkader treden en ons gaan interesseren voor wat burgers van betekenis vinden. Zie de landbouw waarin zeer gedetailleerde regels geheel voorbijgaan aan hoe ondernemers hun werk en bedrijf ervaren. Hoe bedrijfsbeëindiging door betrokkenen vaak als veel dieper wordt beleefd dan enkel als economisch probleem.
Slimheid
Het wezen van een systeem, zo zou je kunnen stellen, is niet wat het systeem omvat maar juist waar een systeem niet ontvankelijk voor is. Dat is een fundamentele omkering. Je moet de chaos onderzoeken om het overheidssysteem te begrijpen. Oog krijgen dus voor wat niet in het beleid past. Het zijn juist de burgers die op dat terrein waardevolle informatie hebben. Dat vraagt van raadsleden een breder perspectief dan enkel kennis van formele definities en juridische redeneerlijnen. Hoe bijvoorbeeld burgers onrecht kunnen ervaren, juist omdat regels worden gevolgd. Hoe rechtvaardigheid als basiswaarde een kwestie is geworden van juridische slimheid en handigheid, van vaardigheid in het recht.
Kritisch
Juist in het ombudswerk ontmoet je de burger met zijn opvattingen, verlangens en problemen. Dat kan vervolgens opstap zijn voor raadsleden om kritisch naar het gemeentelijk beleid te kijken. Hoe kunnen we de overheid ontvankelijk maken voor wat burgers bezighoudt? Dat is overigens allerminst een kwestie van “U vraagt, wij draaien”. Het kan ook inhouden dat je burgers in begrijpelijke taal uitlegt waarom plannen ongewenst zijn. Het is een pleidooi om als raadslid inhoud te geven aan je wettelijk vastgelegde functie van volksvertegenwoordiger. Dat vraagt een kritische houding van raadsleden, ongeacht of je partij deel uitmaakt van de coalitie of van de oppositie. De noodzakelijke vernieuwing kan nergens beter beginnen dan op gemeentelijk niveau.
Thieu Wagemans is oud-raadslid in Leudal en voormalig wethouder in Heythuysen voor een lokale partij
De verleiding van orde en de boodschap van chaos; een systeemkritiek op overheidsbeleid
Lezing Filosofiecafe Wageningen, 14 december 2025
Structuur
Structuur van het verhaal.
Filosofisch perspectief.
Inhoudelijk staat het perspectief van de overheid centraal.
Stand van zaken
Consequenties.
Verdiepende analyse
Wat is nodig voor verandering.
Hoe realiseer je die verandering.
Betekenisgeving
Casus verkeerssituatie
Waarnemen en betekenis geven vallen samen. Vaak onbewust
Constructivisme
Wat we voor werkelijk houden is afbeelding van de werkelijkheid (Kant)
We houden die afbeelding voor werkelijk
Iedere analyse vindt plaats vanuit een perspectief.
Voor wat volgt is gekozen voor het perspectief van het constructivisme.
Dat houdt in dat we betekenis toekennen aan de werkelijkheid. We vormen ons afbeeldingen van de werkelijkheid.
Wat we werkelijkheid noemen, is altijd een constructie van de werkelijkheid, een afbeelding.
We realiseren ons dat doorgaans niet. Waarneming en betekenisverlening vallen samen.
Kant: werkelijkheid zoals die is kunnen we niet kennen. We vormen er ons een afbeelding van. Zie categorieën van het verstand.
Het is een ruimtelijk beeld.
- De werkelijkheid bestaat uit afbeeldingen
- Ruimtelijk; afbeeldingen als elementen
- Elementen hebben inhoudelijke en energetische component
- Veranderlijk, zowel als element als in relatie tot andere elementen
- Gaan soms verbindingen aan, kunnen ook weer verzelfsatandigen
- Chaotisch beeld
Energetisch beeld
- Veel of weinig energie
- Veel of weinig werking
- Werking kan sterker worden
- Desmet: massavorming, totalitair
- Afbeeldingen kunnen ook uitdoven
Stand van zaken overheidsbeleid
We zijn vastgelopen
Juridische toets vaak hinderpaal
Vernieuwing loopt vaak vast
Steeds meer regels en procedures
Hoge transactiekosten
Verantwoording verzandt in bureaucratie
Kenmerken overheidsperspectief
Gedetailleerd
Statisch
Eenduidig
Consistent
Consequenties
Manipulatie
Het beleidskader loopt vol
Detaillering; het beeld versmalt
We lopen steeds verder vast
We bestrijden symptomen
Tafelschikking kwaliteit eten wordt niet beter door tafelschikking te veranderen
We reproduceren in plaats van innoveren
Hardnekkige problemen worden vaak georganiseerd in stand gehouden (landbouw versus natuur)
We hebben de problemen beter georganiseerd dan de oplossingen
Het overheidssysteem is niet zelfcorrigerend maar zelfbevestigend
Rechtspraak moet toetsen aan geldend beleid en werkt dus bevestigend
Orde en chaos
Definities maken onderscheid tussen wat de definitie omvat en wat er buiten valt.
Definities zijn daarmee bron van chaos
Geen orde zonder chaos en ook het omgekeerde geldt
Door beleid vast te stellen creëren we chaos. Chaos is bestaansvoorwaarde
Complementair, onverbrekelijk verbonden
Overheidsbeleid is bron van buitensluiting
Het betekenisloze
Is betekenisloos voor de overheid
Maakt het overheidssysteem mogelijk
Identiteit (Paul Verhaeghe)
De omgekeerde wereld: het buitengeslotene kenmerkt het beleidssysteem
Het buitengeslotene protesteert en roert zich. Het heeft een boodschap (Michel Serres)
De zucht naar perfectie
We plooien de werkelijkheid naar onze ambities en verlangens
We creëren een afbeelding van de werkelijkheid die ons in staat stelt het verlangen naar perfectie overeind te houden
We koesteren liever illusies dan de werkelijkheid onder ogen te zien; schijnwerkelijkheid
Om de werkelijkheid te veranderen, moet de werkelijkheid zich eerst aanpassen aan onze verlangens
Perfectioneren vergroot imperfecties; ontvankelijkheid neemt af
Spanning tussen juridische perfectie en maatschappelijke relevantie
Het gebied "entre"
Systemen als eilanden
Aangeharkt en geordend
Het echte leven treffen we aan in de oceaan; expedities
Water is de bestaansvoorwaarde voor de eilanden
Dijken beschermen verstarde systemen
Dijkversterking vergroot verstarring
Deleuze: deterritorialiseren
De systemen zijn lek
Deleuze: het maatschappelijke is een gas
Hoe perfecter het gebouw, des te groter zijn de lekkages
Vluchtwegen: belastingheffing
Dichten van lekkages lost niets op maar verhoogt juist de interne druk
Onvermogen wordt niet betekend
Het onmetelijke wordt meetbaar
Conclusies
Het beleidsdomein is volgelopen en lekt
Het wordt van binnenuit uitgehold en ondergraven
We ordenen verschillen weg. We onderzoeken ze niet. Harmonisatie verdringt differentiatie
We persen een dynamische en veelkleurige samenleving in een statisch en eenduidig korset
Overheid is niet meer ontvankelijk voor maatschappelijke opgaven
Ruimtelijk: overheid als zwart gat
Stellingen
Het streven naar perfectie zit ons in de weg
Dat streven leidt tot een schijnvoorstelling (Jean Baudrillard) en tot schijngevechten
We persen maatschappelijke vraagstukken in een statisch en juridisch korset
Niet de wereld is ingewikkeld, maar ons voorstellingsvermogen is te eenvoudig
We koesteren liever illusies i.p.v. de werkelijkheid serieus te nemeniujf stelingen
Het streven naar perfectie zit ons in de weg
Dat streven leidt tot een schijnvoorstelling (Jean Baudrillard) en tot schijngevechten
We persen maatschappelijke vraagstukken in een statisch en juridisch korset
Niet de wereld is ingewikkeld, maar ons voorstellingsvermogen is te eenvoudig
We koesteren liever illusies i.p.v. de werkelijkheid serieus te nemen
Wetenschap
Hypothetisch-deductief model; hypothese als bron van buitensluiting
De kenbare en maakbare werkelijkheid
We moeten niet denken over de werkelijkheid maar ons eigen denken kritisch beschouwen. Kritisch denken over ons denken. (Deleuze) Onze redeneerlijnen kritisch beschouwen.
We moeten ons realiseren dat causaliteiten altijd veronderstelde en geconstrueerde causaliteiten zijn. Wetenschappelijke kennis blijft veronderstelde kennis.
De drang naar inzicht en ordening kan zo groot zijn dat we de werkelijkheid dwingen in lineaire kaders.
We hebben nieuwe concepten nodig i.p.v. enkel meer gedetailleerde kennis over lineaire relaties.
Universum kent geen meters, kilo’s of graden C (Chatelion Counet)
Universum is niet geinteresseerd in zijn eigen meetbaarheid
Nodig is het buitengeslotene verkennen
Transdisciplinair: het niet-betekende
Herwaardering ervaringskennis
Het subjectieve: voelen, smaak, het schone, het muzikale (Les cinq sens, Serres)
Systemen verbinden
Maak jouw eigen website met JouwWeb